29 oktober 2020

Verliefd!!!! (1966)

In een paar vorige posts heb ik al verteld dat ik een paar keer verliefd geweest ben. Het eerste leuke meisje die mij wel wat deed was Gerry L., een kinderliefde. Daarna volgde de lagere schoolliefde Janny C. en vervolgens was er een liefde uit de eerste klassen van de middelbare school: Marijke B.. In april 1966 trad in Schiedam circus Boltini op. Om meer (jeugdig) publiek te trekken, had de directie van het circus verzonnen om Nederlandse popartiesten te laten optreden als onderdeel van de circusvoorstelling. "Circus Toni Boltini, met optredens van Johnny Lion en Rob de Nijs en begeleid door het gelegenheidsorkest Jumping Pop-In" moest de circustent weer vol krijgen. Samen met mijn toenmalige vriend René K. had ik kaartjes gekocht en wij gingen eens kijken hoe dat er uit zag. Het zou een zeer belangrijke draai aan mijn leven geven.
Bron: Het Nieuwe Stadsblad van 2 april 1966.

René en blogger zaten naast elkaar naar de show te kijken, toen ik aan de andere kant van de ring een groepje jongeren ontzettend veel plezier zag maken. Met name één meisje trok mijn aandacht. Ze straalde zoveel plezier uit, dat ik mijn ogen niet van haar af kon houden. Sterker nog, ik voelde vlinders in mijn buik. Ik zei tegen René iets in de trant van "Goh, wat een leuk meisje is dat!". René wist me te vertellen dat zij niet zo lang geleden in het huizenblok achter ons was komen wonen ...

Hoe ik verder het contact met dat meisje gelegd heb weet ik niet meer precies. Het kan zijn dat Henny F. daar een rol bij gespeeld heeft. Henny woonde in het portiek naast me en maakte onderdeel uit van het groepje jongeren bij circus Boltini. Met Henny had ik wel contact. Ik kwam te weten dat Henny met een groepje, waar ook het leuke meisje deel van uit maakte, regelmatig ging zwemmen in het Sportfondsenbad in Schiedam, een steenworp afstand van de Slachthuisbuurt. René en ik zijn toen ook eens met het groepje gaan zwemmen en zo kwam ik in contact met het meisje, dat mij zo was opgevallen tijdens de circusvoorstelling.

Tijdens het zwemmen werden natuurlijk spelletjes gedaan, zoals tikkertje en zo. Zo kwam ik in direct contact met het door mij begeerde meisje. Ze bleek Diny te heten en was inderdaad een paar maanden eerder in de flat achter ons huizenblok komen wonen. Na afloop van het zwemmen hebben we nog wat nagepraat en een afspraakje gemaakt voor nadere kennismaking. Mijn avances waren niet onopgemerkt gebleven bij Wil, één van de anderen van het groepje. Wil was een oudere zus van Diny. Achteraf zei Diny dat haar zus Wil had gezegd: "jij moet die lange nemen".
Sportfondsenbad Schiedam

Zo ben ik dus in de lente van 1966 straal verliefd geworden op het "circusmeisje" en zo begon mijn verkering met mijn latere vrouw.
Vind je het gek dat ik verliefd werd op deze stralende lach?! 

Diny was klein van stuk, zag er erg jong uit voor haar leeftijd en had een stralende lach. Verder had ze een opgeruimd karakter en kon ontzettend veel plezier maken. Hoe het kwam dat we zo'n enorme klik hadden, snap ik nog steeds niet. Het opgeruimde karakter van Diny stond best haaks op mijn serieuze, gestructureerde kijk op het leven. Wellicht vonden we elkaar daardoor juist erg interessant om elkaar verder te verkennen.

Zoals gezegd, Diny was enkele maanden eerder in het huizenblok achter ons komen wonen. Ze maakte deel uit van een groot gezin, waarvan er nog zeven broers en zussen thuis woonden. Diny werkte bij een huisartsengezin in de huishouding en hielp bij de verzorging van de vier kinderen van het gezin.  
Diny verzorgt de jongste twee van het artsengezin (1968).

Wanneer je ons zag, viel direct het verschil in lengte tussen ons op. Diny kwam net niet tot mijn schouder. In het begin hadden we daar wel een beetje moeite mee, we hadden het idee dat mensen ons vaak nakeken op straat. We bedachten een spelletje waarbij we, wanneer we weer eens voelden dat we "achtervolgd" werden door blikken, ons tegelijkertijd omdraaiden en dan "boe" riepen. Ach, we waren nog zo jong ... Dat lengteverschil was ook wel eens lastig, bijvoorbeeld met dansen en wanneer we in het portiek aan het "scharrelen" waren. Maar het wende ook wel snel en we hadden trucjes om het lengteverschil wat te reduceren.

Toen we echt serieus verkering kregen, zagen we elkaar bijna dagelijks. Ik zat nog op school en had in het begin van onze verkering zomervakantie. Wanneer Diny uit haar werk kwam, praatte we altijd de dag even door beneden in het portiek waar ik woonde. Natuurlijk stonden we dan ook even te "scharrelen". Dat deden we dan tot Pa bijna uit zijn werk kwam, want ik heb bijna een jaar voor hem onze vriendschap verborgen gehouden. Ik voelde dat hij die vriendschap af zou keuren, voornamelijk omdat hij bang zou zijn dat mijn studie er onder zou lijden. Of hij het echt afgekeurd zou hebben? Ma was in ieder geval een bondgenoot, met haar kon ik mijn vriendschap met Diny wel delen. Volgens mij kan je trouwens voor een moeder niet verborgen houden dat je verliefd bent ...

Behalve de dagelijkse ontmoetingen in het portiek, gingen we in het begintijd van onze verkering in de weekends vaak wandelen in het park achter onze wijk. Daar waren ook de tuintjes van de volkstuinvereniging Vijfsluizen met huisjes erop en bankjes er voor. Dat was ook een geliefde plek om even lekker samen te zijn. Maar ook wandelden we op de toen verkeersvrije toegangswegen van de Beneluxtunnel in aanbouw. Fotograferen was toen al een hobby van me en we hebben bij één van de wandelingen in het park bij de Poldervaart onderstaande foto's van onszelf gemaakt.

Diny en blogger maakten "selfies" langs de Poldervaart (1966)

Ook gingen we 's zomers in de weekends met de brommer naar de duinen van Hoek van Holland en Wassenaar. Daar gingen we lekker zonnen en een beetje dromen over onze toekomst. Ja, hoewel we best nog jong waren, waren we best wel serieus in onze verkering.

Aan het eind van de zomer, begin september, zei Diny in het portiek bij het doorpraten van de dag ineens: "ik moet je iets leuks vertellen, ik ben tante geworden". "Oh, wat fijn", zei ik, terwijl ik dacht dat ze wat anders bedoelde. "Nee, ik ben echt tante geworden, voor de eerste keer". Het bleek dat haar lievelingszus Sjaan voor de eerste keer bevallen was van een meisje. We konden niet bevroeden hoe belangrijk die geboorte een aantal jaren later voor ons eigen leven zou worden. Hier kom ik later in aparte posts op terug.

Het duurde best wel lang voordat we de eerste keer "officieel uitgingen". Op zaterdag 29 oktober 1966 gingen we samen lopend naar de Gorzen om in een zaal onder de "Heilige Hart Kerk" te gaan dansen.
Bron: Rotterdans Nieuwsblad 30 december 1966

Diny zag er hip uit in haar minirok en blogger had een roze overhemd aan met een hoog boord en een broek met wijde pijpen. Tja, het was mode in die tijd. Het danszaaltje heette "Het Beatvat" en we zijn daar een keer of vijf geweest. Er traden best wel aardige bandjes op, de bekendste was de band "Tee Set" uit Delft, met onder andere Peter Tetteroo als zanger. Het was best gezellig in het Beatvat, maar het waren ook "wilde tijden". Toen bij één van de bandjes een bandlid in de gordijnen van het toneel ging hangen, werd de voorstelling afgeblazen en hadden wij het ook wel gezien daar.

Aan het eind van de zomer was ik naar het examenjaar van de middelbare school gegaan. En zo serieus als ik was, kon ik tot en met mijn examen niet heel veel tijd aan mijn verkering besteden. Toch bleef Diny me trouw en zagen we elkaar in ieder geval in de weekenden, met zoals boven aangegeven wandelen+ in het park en avondjes in het Beatvat. Na het examen hadden we weer meer tijd met elkaar, en gingen we weer met de brommer naar strand en duinen. In de zomer van 1967 ging Diny met het artsengezin een paar weken naar Domburg op vakantie en ik ging met ons gezin én Zwager naar ons vertrouwde vakantieadres in België (in de volgende post hierover meer).

De dag dat wij terugkwamen uit België was Diny er "ineens" bij, ja bij ons thuis! Hierdoor kwam er aan het "stiekeme gedoe" van onze verkering onverwachts een einde. Ik heb me eigenlijk nooit afgevraagd wie er voor gezorgd heeft dat Diny op die dag ineens bij ons thuis was. Er komen twee mensen voor in aanmerking: Zwager en Ma. Ik vraag me nu ook af of Pa al eerder op de hoogte was van onze verkering. Diny's oom Gerrit was namelijk een collega van Pa. Zou die hem op de hoogte gebracht hebben? Hoe dan ook, wij waren blij dat onze vriendschap een officiële status had gekregen. Diny kwam gewoon bij mij thuis en Pa deed leuk tegen haar. Hij noemde haar "het rode strikje" omdat ze vaak een rood bandje in haar haar droeg. Ook vroeg hij regelmatig "heb je je zakdoek weer aan?", verwijzend naar de minirokjes die Diny vaak droeg. Dat vond hij maar al te leuk, want hij hield wel van "vrouwelijk schoon".

In aparte posts zal ik later hoogtepunten uit onze verkeringstijd behandelen.
 
Een "selfie" van het verliefde paar (1967)
"Selfies" maakte je vroeger met een tijdontspanner op je fototoestel.





12 oktober 2020

Tante Lies en Ome Joris

Tante Lies was een oudere zus van mijn vader. Ik noemde haar eigenlijk anders, maar Lies was de (liefkoos) naam die mijn vader haar toebedeelde. Zo zal ik haar in deze post ook verder noemen. Ze is al in een paar posts voorbij gekomen en nu wordt het tijd om over haar en haar gezin wat meer te vertellen.

Mijn vader was een nakomertje en tante Lies was met vijf jaar leeftijdsverschil toch nog Pa's jongste zus. Toen alle broers en zussen na hun trouwen zelfstandig waren gaan wonen, bleven zij samen thuis over. Dat schepte een band die hun hele verder leven bleef bestaan. Tante Lies was dan ook het liefste zusje van Pa.

Tante Lies trouwde aan het eind van de tweede wereldoorlog met ome Joris. Het was geen gepland huwelijk en daardoor gingen ze inwonen in het ouderlijk huis, het huis van mijn grootmoeder. Hierdoor kreeg Pa ook een bijzondere band met ome Joris.

Tante Lies en Ome Joris als bruid en bruidegom

Toen tante Lies een aantal jaren later toch in verwachting bleek, gingen tante Lies en ome Joris zelfstandig wonen. Blogger was toen net geboren en omdat de driekamerflat waarin mijn ouders woonden daardoor te klein was geworden, verhuisden wij als gezin een portiek verder naar een vierkamerflat. Tante Lies en ome Joris trokken in de door mijn ouders achtergelaten woning en daar werd mijn nicht Elsje geboren. Zo kwam het dus dat tante Lies, ome Joris en Elsje slechts één muur dik bij ons vandaan woonden. Hierdoor was er dus regelmatig contact tussen de twee gezinnen. We spreken nu over de jaren vijftig van de vorige eeuw, er was nog geen telefoon. Wanneer er contact gewenst was, tikte één van de twee gezinnen met iets (bij ons was dat een asbak) op de marmeren schoorsteenmantel, wat in de naastgelegen woning duidelijk te horen was. De balkondeuren gingen dan open en op het balkon werd dan informatie uitgewisseld. Een moderne manier van de communicatie via de tamtam dus ... Zo hebben de gezinnen van mijn ouders en van tante Lies en ome Joris ruim twintig jaar naast elkaar gewoond. We gingen regelmatig met elkaar om en daardoor heb ik ook veel herinneringen aan hen.

Vlnr Ma, tante Bien en tante Lies; onder ome Joris en Pa ....

 .....tijdens een visite bij ons thuis, midden jaren 50.

Ze waren elkaars tegenpolen. Tante Lies was een kluizenaar, serieus. Ome Joris was juist graag op straat, was een "bon vivant". Zij was "natuurlijk" huisvrouw in die tijd. Hij werkte bij een grote, internationale bank in Rotterdam op de postafdeling en was als "geldloper" ook veel op straat. Van de twee was ome Joris de meest kleurrijke persoon. 

Ome Joris was een beetje dromerig en had een slingerende loop. Sommigen dachten daarom dat hij regelmatig dronken was, maar dat was zeker niet zo. Hij had grappige opmerkingen, soms op het randje van fatsoenlijk. Maar hij had ook opmerkingen die over het randje gingen, die niet konden. Daarover later meer. 

Ome Joris was met zijn kunnen en gedrag eigenlijk het type kunstenaar. Schilderen kon hij goed. Ik denk dat hij met zijn talent mijn vader heeft geïnspireerd om te gaan schilderen in de oorlog. Pa heeft aardige schilderijen gemaakt, meestal waterverfschilderijen. Ome Joris heeft vast mijn vader daarbij geholpen, ze woonden in de oorlog immers onder hetzelfde dak. Ome Joris schilderde zowel met waterverf als met olieverf. In het begin in klassieke stijl en later meer modern, waarbij hij veel met acrylverf schilderde.

Schilderij "de Geest uit de Fles" (waterverf), Joris (~1943)

Schilderij "Herten" (acryl op hout), Joris (~1972)
N.B. Bij het fotograferen van de schilderijen waren storende reflecties niet te vermijden. 

Het schilderij "De Geest uit de Fles" (geïnspireerd door de vertellingen van Duizend-en-een-nacht) is in de oorlog geschilderd. Hierbij hoort het verhaal dat de donkerbruine verf door de oorlogssituatie niet te krijgen was en dat hiervoor als basis "koffiedik" gebruikt is. Bij het schilderij "Herten" heeft ome Joris zich duidelijk laten inspireren door Picasso. Alhoewel in eerste instantie schilderen een hobby van ome Joris was, heeft hij later ook geschilderd in opdracht.  

Tante Lies kon goed koken. Haar voornaamste hobby was lezen. Ze was beroemd om haar heerlijke, zelfgemaakte kroketten. Verder denk ik dat tante Lies het best kan worden weergegeven als een intellectuele vrouw.

We zagen hen vaak thuis op visite en bijna altijd tijdens verjaardagen. Ook gingen we af en toe met elkaar (in wisselende samenstellingen) een dagje uit of op vakantie. Ze waren ook present bij "officiële" gelegenheden, zoals op de verlovingen en trouwerijen van Zus en van blogger.

Ma, ome Joris en tante Lies bij de serre van de molen in Chêne, mid jaren 60

Op verjaardagen bij tante Lies en ome Joris was vaak de bejaarde moeder van ome Joris aanwezig. Zij was een fragiele, kwetsbare vrouw, die geen makkelijk leven als alleenstaande moeder in die tijd had gehad. Oom Joris zette haar bij die gelegenheden vaak "te kijk", met opmerkingen waarbij ik als tiener al dacht "dat kan je niet maken". Dat was duidelijk een negatieve karaktereigenschap van ome Joris, hij had een beetje zwak sociale intelligentie.

Maar ik heb ook twee persoonlijke herinneringen aan ome Joris die ik erg koester. Ik spaarde als puber postzegels, in het begin samen met mijn vader. Ome Joris kon door zijn werk in de postkamer bij de bank aan mooie, buitenlandse postzegels komen. Ik kreeg fraaie exemplaren uit Afrikaanse landen waar ik nog nooit van gehoord had. Uit Togo bijvoorbeeld. Ik vond het altijd erg leuk wanneer ome Joris weer eens met een envelopje postzegels aan kwam zetten.

De tweede herinnering is een zeer lange fietstocht die we samen gemaakt hebben. Als jongen van een jaar of veertien fietsten we samen vanuit Schiedam naar en langs de Utrechtse Vecht. Ik kan me herinneren dat de tocht langs kasteel Haarzuilen ging en dat we via Uithoorn en Alphen aan de Rijn weer terug gefietst zijn. Alles op één dag. In mijn herinnering was het een tocht van 160 km, maar later twijfelde ik er echt een beetje aan of dat klopte. Nu, via Maps, kom ik op echt op dezelfde afstand uit. Dus het zal toch de goede orde van grootte geweest zijn. Wow, 160km op één dag. Echt een herinnering voor het leven ...

Het wordt tijd om ook iets te vertellen over de dochter van tante Lies en ome Joris: nicht Elsje (later ging ze zich Else noemen). Tot aan haar puberteit was het een normaal, niet opvallend meisje. Achteraf gezien wel vreemd dat ze niet vaak met mij speelde (we scheelde slechts een jaar). Ze voelde zich meer aangetrokken tot Zus, die vier jaar ouder was. Ze zei dan ook dat ze Zus beschouwde als haar eigen, oudere zus.

Dat samen spelen of samen naar activiteiten gaan van Elsje met Zus ging in het begin best goed. Maar na de pubertijd van Elsje veranderde haar karakter duidelijk. Ze werd meer egoïstisch  en probeerde gebruik van Zus te maken. Althans, zo voelde ik dat aan. Nog later was er sprake van onenigheid en zelfs tot ruzie aan toe. De negatieve verandering van het karakter van Else kwam ook duidelijk tot uitdrukking in hoe ze met haar vader, ome Joris, omging. Ze schaamte zich duidelijk voor hem en wanneer ze samen met hem met het OV ergens naar toe gingen, nam ze altijd een bus of tram later. Ze wilde niet samen met hem reizen. Nog later is haar gedrag zelfs afgegleden naar wat je "profiteren van anderen" zou kunnen noemen. Zelf heb ik per saldo dan ook geen leuke herinneringen aan nicht Else.

Zus, nicht Elsje (links) en Bruno (onze hond) bij de brug van Hoei (B), mid jaren 60

Wel heb ik overwegend goede herinneringen aan mijn tante Lies en ome Joris. Zij verhuisden rond 1970 als eerste van de twee gezinnen uit de Slachthuisbuurt en wel naar Capelle a/d IJssel. Mijn ouders deden dat een paar jaar later, maar dan naar Vlaardingen. Door de grotere afstand werd het contact ook minder frequent, alhoewel we wel eens in de paar jaar elkaar nog opzochten.

Tot slot nog een foto van tante Lies en ome Joris, genomen bij het trouwen van blogger, begin jaren 70. Zoals ze op deze foto staan, herinner ik hen nog wel het best. Tante Lies als een zelfverzekerde vrouw en ome Joris als een wat dromerige kunstenaar. De oom en tante van mijn vaders kant die mij het meest dierbaar waren. 





05 oktober 2020

De vriend van Zus (1965)

In mijn posts heb ik het regelmatig over Zus, zie onder andere de post Kietelen, waar zij een prominente rol in speelt. Zus is altijd een belangrijk persoon in mijn leven geweest en is het nog steeds. Op zich logisch, want wij waren maar met twee kinderen thuis, ze is ouder dan ik en ik ken haar dus al mijn hele leven. Nu ik in een fase van mijn leven ben gekomen dat mijn beide ouders zijn overleden, is ze de enige die ik mijn hele leven ken. Alleen met Zus kan ik nu over "vroeger" praten, ik bedoel dan de tijd dat wij nog samen "thuis" woonden bij mijn ouders. Het wordt dus hoog tijd om een aparte post over haar te schrijven en over de man met wie zij bijna 48 jaar haar leven heeft gedeeld.

Zus met blogger (1951)

Zus, blogger en een vakantievriendje in Vessem (1959)

Zoals gezegd, Zus is ouder dan ik. Net als ik heeft ze op de Jan Ligthartschool gezeten en daarna heeft ze de ULO doorlopen. Vervolgens heeft ze drie werkgevers gehad, waarvan één maar heel erg kort.

Zus (midden) trek alle aandacht naar zich toe tijdens een schoolkamp in Lunteren (1963)

Haar eerste baan was in het ziekenhuis van Schiedam. Daar had ze gesolliciteerd op een administratieve baan, maar het bleek dat ze ook mee moest helpen in de praktijk met patiënten. Ze schrok zo van sommige dingen die ze moest doen, dat ze er maar een blauwe maandag heeft gewerkt.

Haar tweede baan was bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor in Vlaardingen. Daar heeft ze een leuke werkkring gehad én er is nog een leuke foto van haar bewaard gebleven met haar naaste collega's.

Zus (tweede van links) met haar directe collega's bij het GAK te Vlaardingen.

Toen zij bij het GAK haar eerste salaris kreeg, kocht zij een soort geldkistje dat ik me nog heel goed kan herinneren. Het was een afsluitbare doos van Brabantia, waar in de bovenkant sleuven zaten waarin muntgeld gestopt kon worden. Onder die sleuven zaten vakjes voor papiergeld. De vakjes hadden ook namen waarvoor het geld bestemd was. Een afbeelding van dit soort gelddozen is nog te vinden op internet. Toen Zus voor de eerste keer haar salaris verdeelde over de vakjes van die doos, gaf ze mij een gulden. Die doos en het spontaan krijgen van die gulden heeft zoveel indruk op mij gemaakt dat ik dat nog steeds weet.

Gelddoos waarin Zus haar salaris splitste naar gebruiksdoelen

De derde baan was bij Unilever in Rotterdam. Daar had ze het helemaal naar haar zin. En het werd helemaal top toen ze in de loop van 1965 daar haar toekomstige man leerde kennen. Mijn aanstaande zwager dus!

Het was wel even vreemd dat Zus vaste verkering had. Het zal met Kerstmis 1965 geweest zijn dat ik voor het eerst met hem, ik zal hem verder Zwager noemen, aan tafel zat. Maar het wende snel en wanneer Zus en Zwager samen thuis waren, was het erg gezellig. Pa en Ma vonden het trouwens ook erg leuk dat Zus verkering had en dat ze dan samen in het weekend thuis waren. En wanneer Pa het naar zijn zin had, pakte hij altijd uit met "trakteren". Dat betekende dat wij "kinderen" dan, meestal op zondag, naar cafetaria "de Leede" gingen om daar "lekkers" te halen om dat thuis op te eten. Ja, toen was geluk nog heel gewoon!

Zus en Zwager tijdens hun verkeringstijd (1)

Zus en Zwager tijdens hun verkeringstijd (2)

Twee jaar later trouwde Zus en Zwager. Voor mij was er in die twee jaar een absoluut hoogtepunt, waarbij ik Zwager veel beter leerde kennen. Zwager en ik zijn namelijk in één dag op de brommer naar Zuid-België reden. Jawel .... naar Chêne. Chêne, waar blogger samen met Pa naar toe was gefietst (Fietsend naar Chêne), was al jaren de vaste vakantiebestemming van ons gezin geworden. Maar nu was er opeens een probleem: er pasten maar vier personen in mijn vader's kleine Dafje en er wilden vijf personen op vakantie naar Chêne. De oplossing was dat Zwager en blogger samen, maar ieder op zijn eigen brommer, naar Chêne reden. Dat hoogtepunt in de zomer van 1967, waar ik later een aparte post aan zal wijden, was het begin van een verandering: het gevoel een zwager er bij te hebben werd langzamerhand een gevoel een broer rijker te zijn geworden ......

03 september 2020

Emiel, de oudste zoon van de vrienden van mijn ouders

*** de laatste allinea's van deze post zijn in juli 2023 toegevoegd ***
 
In een eerdere blog heb ik verhaald over vrienden van mijn ouders die naar Amerika emigreerden en wat voor impact dat op mijn leven heeft gehad. Maar niet het hele gezin L. emigreerde. De oudste zoon, Emiel, bleef in Nederland.

Emiel was de zoon uit een eerder huwelijk van Oom George en dus was hij de stiefzoon van Tante Bien. Er was zeker vijf jaar leeftijdsverschil tussen Emiel en Lesley, de oudste zoon van Oom George en Tante Bien. Zus en ik "voelden" dat Emiel anders behandeld werd dan de rest van de kinderen uit het gezin. Nu weten we dat hij, letterlijk en figuurlijk, stiefmoederlijk behandeld werd. 

Zoals gezegd, na de emigratie van gezin L. bleef Emiel als enige in Nederland. Hij was in dienst bij de marine met als standplaats Den Helder en na zijn marinetijd is hij daar blijven wonen. Emiel speelde verdienstelijk gitaar en kwam via de muziek in aanraking met een oudere marinecollega, de heer Deutekom, die hem inspireerde om verder te gaan in de muziek. In 1962 richtte Emiel zijn eigen (Indo-)rockband op, waarin hij ook de leadzanger was.

Nu had de voornoemde collega Deutekom een aantal mooie dochters en op een van hen, Corrie, is Emiel verliefd geworden.
Deze nieuwjaarswens ontvingen we van het verliefde paar

In januari 1963 trouwden Emiel en Corrie en zij vroegen mijn vader of hij getuige wilde zijn. Nu, na zoveel jaren, realiseert blogger zich dat Emiel en Corrie dat samen aan mijn vader kwamen vragen. Blogger herinnert zich namelijk dat zij in die tijd vanuit Den Helder naar Schiedam kwamen om mijn ouders te bezoeken. Dat kan natuurlijk alleen maar geweest zijn om aan mijn vader te vragen of hij wilde getuigen. Blogger weet zeker dat Pa dat een hele eer vond, dat straalt zeker van de foto hieronder af.
Pa getuigt bij het huwelijk van Emiel&Corrie

Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren: Sylvia, Armand en Martin. Uit het fotoarchief van mijn ouders is de onderstaande foto van de oudste twee bewaard gebleven op kleuter-/peuterleeftijd.

Langzamerhand verwaterde het contact tussen mijn ouders en het paar. Later is het gezin ook naar Amerika geëmigreerd.

Hoe zou het met hen gegaan zijn vroegen Zus en blogger zich regelmatig af??!! Eerst bleef het bij afvragen, totdat blogger op een leeftijd kwam dat hij het echt wilde weten, hij tijd over had én het internet zo "krachtig" was geworden dat "zoeken" ook resultaat opleverde.

Dat was eind 2011, begin 2012. Eerst stuitte blogger op een krantenartikel met foto van juni 2011, waarin Corrie (met haar volledige dubbele achternaam) genoemd werd als één van de "vier moeders met een dochter(tje)". De kop van het artikel luidde: "Met de geboorte van een meisje kent de familie B. uit Heerhugowaard vijf generaties vrouwen, allemaal moeder of dochter". Hieronder de foto uit het artikel.
Corrie, uiterst links, als overgrootmoeder vereeuwigd (2011).

Deze vondst ("Corrie was speciaal voor de geboorte overgevlogen uit Amerika") moedigde mij aan om verder te zoeken. Toen stuitte blogger op een hit waaruit bleek dat Emiel, samen met de oude maatjes van zijn vroegere rockband, in diezelfde periode weer in Den Helder was opgetreden. Blogger schreef die blogger aan en een paar dagen later had blogger contact met Emiel en Corrie.

We hadden twee weken email-contact. waarbij we elkaar op de hoogte brachten van hoe het ons vergaan was in de afgelopen 45 jaar. Het bleek dat het gezin van Emiel&Corrie midden 1971 naar Amerika was geëmigreerd op verzoek van Oom George en Tante Bien, omdat die het zo fijn vonden om de familie weer te "herenigen". Maar toen zij een half jaar daar waren, verhuisden Oom George en Tante Bien naar de andere kant van de VS, zo'n dikke 1000 mijl verderop. Het was duidelijk dat Emiel en Corrie zich in de steek gelaten voelden. Vooral Emiel wilde eigenlijk weer terug naar Nederland, maar het was Corrie die vond dat ze door moesten zetten. Het is toch allemaal goed gekomen en anno 2012 hadden Emiel en Corrie een mooi bestaan in de VS opgebouwd en konden ze terugkijken op een geslaagde emigratie. 

Voor Zus en blogger was het geweldig nu te weten, dat het leven van de stiefmoederlijke behandelde Emiel goed is verlopen en dat Corrie&Emiel trots kunnen zijn op hetgeen zij bereikt hebben.

Gedurende het emailcontact gebeurde er in het privéleven van blogger iets, wat zijn leven op zijn kop zette en waardoor hij alle toen lopende activiteiten op een laag pitje moest zetten. Hierdoor moest hij ook dit hervonden contact afbreken, iets wat hij nog steeds betreurt.

Op het moment van het schrijven van deze blog had blogger weer meer tijd en zocht hij nog af en toe op internet naar nieuws over Emiel. Zo stuitte hij onlangs op een hit uit december 2019 waaruit je zou kunnen opmaken dat Emiel en Corrie weer in Nederland zouden zijn en zelfs hier een huisje zouden hebben. Hierbij een aantal quotes uit deze hit: "...... vorige week op visite bij Emiel L. en Corrie ........ werden weer veel oude herinneringen opgehaald ..... Emiel die zijn huisje in Den Helder [ja hij woont weer in Den Helder] aan het opknappen is en geholpen wordt door oude bekenden .......".

Blogger aarzelt om weer direct contact te zoeken. Hij was het namelijk, die niets meer van zich heeft laten horen. Blogger blijft regelmatig het internet afzoeken en hoopt op een aankondiging dat Emiel met de oude maatjes van zijn rockband weer een optreden geven, net als 9 jaar geleden. Het zou leuk zijn om Corrie en Emiel daar te verrassen met zijn komst...... 
 
*** onderstaande alinea's zijn toegevoegd in juli 2023 ***
 
Eind juni 2023 heb ik een stukje van het Kustpad gelopen tussen Egmond aan Zee via Den Helder naar Den Oever aan de voet van de Afsluitdijk. Ik koos Den Helder als basiskamp. Het leek me leuk om Emiel&Corrie tijdens mijn verblijf in Den Helder te verrassen met een bezoekje, maar had geen contactgegevens. Zoeken op internet leverde een mogelijk stamcafé op in de Stationsstraat, maar uiteindelijk vond ik hun favoriete restaurantje daar een paar honderd meter vandaan. Hier kwam ik te weten in welke straat zij woonden, met een schatting van het huisnummer. Door nog een paar keer in die straat op de “verkeerde” bel te drukken, kon ik Emiel&Corrie de hand schudden ...
 
Corrie&Emiel bij hun voordeur in Den Helder

Natuurlijk herkenden zij mij na zestig jaar niet meer. Het was immers zestig jaar geleden dat ik hen voor het laatst zag, ik was nog maar een puber ... Maar door wat kleine tips te geven was de herkenning daar. We hebben drie uur! bij gekletst en veel herinneringen opgehaald ...
 
... gedrieën op de bank van hun gezellige woonkamer ...
... natuurlijk stond er een gitaar in de woonkamer!!
 
... herinneringen van de “goede, oude tijd”. Er was ook ontroering, want die “oude tijd” was niet altijd “goed” geweest … Zeker niet wat betreft de zeer strenge opvoeding die Emiel had gehad, waar ik al eerder over verhaalde …

Ik ging primair naar Den Helder om te wandelen, maar deze ontmoeting was “de kers op de taart”!

12 augustus 2020

Mijn vrienden in de straat: Geke, Freek en René

Zoals ik in een vorige blog al verteld heb, ben ik geboren en opgegroeid in de Slachthuisbuurt in Schiedam. Het was een typische arbeiderswijk, gebouwd vlak na de oorlog met stenen van de huizen die verwoest waren bij het bombardement van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. Omdat die stenen een mengsel van buiten- en binnenstenen waren, hadden de huizen een vochtprobleem; de muren sloegen bij veel huizen door. Daarom besloot men de huizen te voorzien van een dikke, witte verf, die de stenen waterdicht maakten. De verf was zo dik, dat ik er na de schilderswerkzaamheden mee kon "spelen". Huh?! Uiteraard hadden de schilders druppels laten vallen. Waar die druppels op blaadjes van stuiken waren gevallen, kon je die als een soort kauwgom van de blaadjes aftrekken en stond de structuur van die blaadjes in de opgedroogde verf afgedrukt. Dat vond ik reuze interessant. Ja, ik was al vroeg een (jonge) onderzoeker. Maar daarover later meer.
Een aantal straten uit de Slachthuisbuurt.

In de wijk had ik een aantal vriendjes. Behalve de kinderen van de Indische familie L., waar ik in diverse blogs al over verhaald heb, had ik nog drie vrienden: Geke van der M., Freek K. en René K. Nee, de laatste twee waren geen broers van elkaar, haha. Beiden waren wel net zo oud als ik.

Geke woonde bij mij op de trap. Toen de familie L. in 1959 naar Amerika was geëmigreerd, was ik in één klap mijn beste vriendjes kwijt. Geke kwam toen in beeld en daar ben ik een paar jaar (~1960-63) mee bevriend geweest. Het is waarschijnlijk niet zo'n spannende vriendschap geweest, want erg veel kan ik me er niet meer van herinneren. Na een paar jaar ging hij verhuizen naar de wijk Nieuwland, in de buurt van de Parkweg. Ik ben er toen een keer naar toe gegaan om met hem te spelen. De kinderen daar noemde hem toen "Gerard". Hij zei tegen me, dat ik hem geen Geke meer mocht noemen. Dat vond ik zo stom. Hij schaamde zich waarschijnlijk voor zijn naam. Ja, dan is zo'n verhuizing wel een mooi moment om je naam te veranderen. Na die ene keer heb ik Geke nooit meer gezien, noch weet ik wat er van hem geworden is.

Freek (1963-65) woonde een portiek verder dan ik en hij kwam pas later bij ons in de straat wonen. Daarvoor woonde hij aan de Bakkershaven, een zijstraat van de Buitenhavenweg. Die huizen waren oud, gedateerd en zouden op termijn gesloopt worden. Bij ons in de straat vonden ze een modernere en ruimere woning, vandaar.

Freek heeft me een beetje wegwijs gemaakt in "het andere geslacht". Hij was daar verder in dan ik en kon veel van mijn vragen beantwoorden. Ik ben ook met Freek een paar keer uit geweest, naar een jongerensociëteit in zaal Arcade op de Lange Haven. Daar kon je ook dansen en we versierden daar twee meisjes, vriendinnetjes van elkaar. Het was allemaal niet zo serieus, een beetje "spielerei" van beide kanten, een beetje om te oefenen. Het kwam niet veel verder dan "verkennen", een beetje kussen en knuffelen.

Ook ben ik met Freek twee weken op fietsvakantie geweest naar Vessem, ik heb daar al eerder over bericht. We waren nog net geen zestien en het was mijn eerste zelfstandige vakantie. Tevens was het de laatste fietsvakantie van mij. Een jaar later, als zestienjarige, deed je alles natuurlijk op een brommer. In Vessem probeerde we samen ons potje te koken en rond te komen van ons budget. Dat was best krap en daarom hebben we een keer zelf in het schemerdonker aardappels gerooid. Toen we de volgende dag bij die plek langskwamen en de puinhoop zagen die we hadden aangericht, hadden we daar veel spijt van. We hebben het daarna niet meer gedaan. 

Wat ik zeker niet zal vergeten was de laatste avond van die vakantie met Freek in Vessem. Er was een dansavond in de kantine van de camping en ik kwam toen te dansen met Arna van W., een leuk, pittig meisje uit Eindhoven-Strijp. We dansten, nou het was meer slijpen, op de muziek van de Birds: : "Mr. Tambourine Man". Wanneer ik nu sporadisch dat nummer op de radio hoor, moet ik gelijk aan die avond denken. Arna kon niet alleen dansen, van haar heb ik geleerd wat het verschil is tussen kussen en zoenen. Ik heb met haar nog een paar keer gecorrespondeerd, maar al gauw bleek dat ze meerdere vriendjes had. En toen ik haar, samen met Freek, later dat jaar nog een keer opzocht in een discotheek in Eindhoven, was het voor mij duidelijk dat ik het "liefje op afstand" was en was het voor mij klaar.

De vriendschap met Freek liep af toen hij verhuisde naar de andere kant van de stad. We kregen toen ook allebei vaste verkering (over mijn verkering later meer) en ik denk dat we daardoor uit elkaar gegroeid zijn. Jaren later ben ik hem nog een keer tegen gekomen , toen studeerde hij bouwkunde of weg- en waterbouw aan de HTS in Rotterdam. Eén ding is zeker, Freek heeft me een een stuk wijzer gemaakt in de omgang met meisjes.

Na Freek kwam René. Net als ik, is hij in de straat waar wij woonden geboren. Hij is ook van hetzelfde bouwjaar. Je kan dus zeggen dat we samen zijn opgegroeid. Ik speelde dus eigenlijk al langer met René, maar toen Freek ging werd hij mijn belangrijkste vriend (1965-66).

René was heel sportief en kon goed voetballen. Omdat hij goed kon voetballen, had hij het regelmatig over een opvallende jeugdspeler van Ajax: Johan Cruijff. Ik meen me te herinneren dat René tegen hem gevoetbald heeft in zijn jeugdjaren of hij heeft hem toen "live" zien spelen bij zijn club. Ik denk dat laatste, want Johan was twee jaar ouder dan René. René was breed geïnteresseerd in sport en had waarschijnlijk een klein baantje bij Sportschool "Jan van Gorssel" in de Westwijk van Vlaardingen, of liep hij daar stage. Hij had in ieder geval sleutels van die sportschool en hij heeft mij een keer op zondag meegenomen om daar op de judomat valbreken te leren. Wij gingen ook regelmatig zwemmen op een steenworp afstand van waar wij woonden, in het Sportfondsenbad aan de Burgemeester Knappertlaan.

Verder ben ik met René en nog twee vrienden met de brommer en tent op vakantie geweest naar Ootmarsum en, jawel, wederom Vessem. Toen we in Vessem waren, zijn we op een avond op de brommer naar Tilburg geweest om de beroemde kermis aldaar te bezoeken. Ik kan me nog goed herinneren dat 's nachts terugrijden op de brommer naar Vessem over de aardedonkere landweggetjes een spannend avontuur was.

Het belangrijkste dat ik met René gedaan heb, is het bijwonen van een voorstelling van circus Boltini. Daar gebeurde iets heel bijzonders, waar ik in een volgende blog op terugkom.

In die grote vakantie van 1966 hebben we veel samen gedaan en ook foto's van elkaar gemaakt van dingen die ons bezighielden. Hieronder wat foto's die we van elkaar maakten. Ook hebben we veel bordspellen gespeeld. Met name Stratego, dat was ons favoriete spel. René was zeer bedreven in dat spelletje, hij won bijna altijd. Op een gegeven moment had ik door waarom hij bijna altijd won. Hij had de belangrijkste steen uit het spel, de vlag, gemerkt. Ik vond dat zo onsportief. Juist van hem, als sportman, had ik zoiets niet verwacht. Het bekoelde onze vriendschap enorm.
René op een van de flats in onze wijk (foto Blogger).
Links onder is nog een stukje van de Slachthuislaan te zien.
Blogger op rijksweg A4 in aanleg naar Beneluxtunnel (foto René).
Let op de flat achter mijn rug, op die flat staat René op de foto hierboven.
René voor dartbord - foto: Blogger
Blogger voor dartbord - foto: René.
Nu is me pas duidelijk dat ik een halve kop groter was dan René.

Dat laatste, het onsportieve spel, gebeurde aan het eind van de zomervakantie van 1966. René ging daarna naar het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders.) in Overveen, bij Haarlem. Het was een interne opleiding, dus hij was alleen in de weekeinden thuis. Dat, terwijl ik toen mijn examenjaar inging van de HBS, wat mij veel tijd kostte. De bekoelde vriendschap met René kreeg daardoor een natuurlijk einde.

Het contact met René verwaterde, maar toch hebben we nog lang elkaar "in het oog gehouden". Dat kwam omdat Zus en een zus van René, Gerda, heel lang bevriend zijn gebleven. Via hen wisten we van elkaar wat er speelde in ons leven. Hierdoor kreeg ik bewondering over wat René allemaal deed en hoe hij uiteindelijk in het leven stond. Dat veranderde mijn kijk op het eerdere valsspelen van René bij het bordspel. Daarom hieronder mijn epiloog over René.

Na de CIOS-opleiding is René vrij snel naar de Verenigde Staten vertrokken en daar speler/trainer-coach geweest bij drie clubs (1972-75), het langst bij de Connecticut Wildcats.
René in de archieven van de North American Soccer League

Daarna is hij naar Noorwegen gegaan, waar hij hetzelfde beroep heeft uitgeoefend, o.a. in de plaats Odda bij het eerste team van de gelijknamige voetbalvereniging.

Origineel onderschrift foto: René was misschien een beetje te goed voor ons?
René in actie - foto: digitaltmuseum.no

Hij trouwde daar met de Noorse Turid Gro H. en ze kregen een kind, dat zwaar lichamelijk gehandicapt was. Doordat René ook fysiotherapeut was, kon hij ook beroepsmatig veel betekenen voor zijn gehandicapte kind. Later is het gezin naar Arendal verhuisd, waar René de rest van zijn leven gewoond en gewerkt heeft. 

Er wordt zeer lovend over hem gesproken, niet alleen als speler/trainer-coach, maar ook als mens. René is nog twee keer bij mij thuis geweest. De eerste keer was in 1975, vlak na zijn Amerikaanse avontuur. De tweede keer was in 2006. Ik vind het jammer dat ik hem nooit in Noorwegen met een tegenbezoek heb vereerd, want zeker zijn bezoek van 2006 aan mij was heel gezellig. Wellicht kwam dat omdat mijn leven toen een andere wending kreeg. René is overleden in Arendal in 2010. Hij werd slechts 61 jaar.

01 augustus 2020

De middelbare school, deel 1 (1962-1965)

In een eerdere blog, over mijn lagereschooltijd, verhaalde ik al over het toelatingsexamen dat ik aflegde voor de hogereburgerschool (HBS). Ik slaagde en in september 1962 was het dan zover, de eerste schooldag op de HBS. Deze blog beschrijft hoe ik de eerste  drie jaar, de z.g.n. onderbouw, heb beleefd.

Ik zag best wel op tegen de eerste schooldag. Vriendjes vertelde me dat er veel "kakkers" op die school zaten, kinderen van rijke ouders. Ze zeggen daar: "zullen we even een kwartje gaan verbrassen" ..... Nou, mijn eerste indruk viel best mee. Ik zat met kinderen uit alle lagen van de bevolking in de klas. Toegeven: achteraf bleek dat het aantal kinderen waarvan de ouders dokter of apotheker waren best groot was. Maar de meeste kinderen gedroegen zich "normaal".

Het schoolgebouw was een statig bouwwerk uit 1869. Het was gelegen aan de Overschiesestraat in het centrum van Schiedam. Tegenwoordig staat het "Theater aan de Schie" er. Twee van de statige kastanjebomen, die er omheen stonden, staan er nog. Het was best wel bouwvallig, bleek later. In de periode dat ik daar op school zat werden er een protestmars gehouden voor bouwkundige verbeteringen. In een lokaal was namelijk het plafond naar beneden gekomen. Ik deed daar niet aan mee. Als braaf jongetje wilde ik zoveel mogelijk van mijn tijd aan huiswerk besteden. Ik was best streberig: ik leerde gewoon voor een tien!
Op deze foto komt de statigheid van het gebouw goed tot uitdrukking.
Wel ging ik naar klassenfeestjes en later ook schoolfeestjes. In de eerste klas oefenden we voor het toneelstukje "Appendicitis". Je raad het misschien al, het was een toneelstukje in het Engels over een patient die een blindedarmontsteking heeft. Het toneelstukje eindigde met een polonaise en een liedje dat ik na bijna 50 jaar nog steeds een beetje kan meezingen, nou meeneuriën. Bijzonder toch? Bij één van die repetities is onderstaande foto gemaakt.
Repetitie van het toneelstukje, blogger als een na laatste in de polonaise.
In de tweede klas hadden we ook een klassenfeestje waar een foto van bewaard is gebleven. Ik probeer hier te dansen met Sylvia 't H., maar dat lukte niet zo. Daarom ben ik al snel op dansles gegaan bij dansschool Sitton in Schiedam. Ik wilde niet weer "voor gek" staan bij een volgende klassenavond. Op de voorgrond danst de schoolliefde van me, Marijke B. "Het mooiste meisje uit de klas", zullen we maar zeggen. Op de achtergrond danst een lerares met een oudere leerling. Er zaten een aantal jongens bij ons op school die veel ouder waren, wel tot vijf jaar ouder. Dat kwam omdat die een "tienjarenplan" hadden. Ik vond dat, met mijn (te?) sterk ontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel, een erg verwerpelijke houding. Zij deden namelijk op kosten van hun ouders elke klas een keer over om zo een "leuke" schooltijd te hebben. Is het toeval dat ik geen enkel meisje op onze school heb gekend met zo'n plan? Nee, meisjes zijn gemiddeld veel leergieriger en eerder volwassen dan jongens .... en eigenlijk ook intelligenter, haha.

In de tweede en derde klas zaten Ton B. en Jan N. bij me in de klas. Ton is twee jaar een goede vriend van me geweest, ik kwam ook bij hem thuis. Met Jan heb ik in een "bandje" gespeeld. Niet dat ik gitaar kon spelen hoor, het was een maar playback bandje dat optrad op het feestje van de derde klas. We zongen overigens wel mee, dus wellicht is karaokebandje een betere uitdrukking. Nu realiseer ik me dat het niet om aan te horen geweest moet zijn. Jan kon trouwens best goed gitaar spelen, dus waarom hij op de onderstaande foto achter de drum zit snap ik eigenlijk niet. Het kan niet door een dominante houding van mij geweest zijn, want ik was best wel een verlegen type. Het enige wat ik trouwens wel aardig kon, was die sprong zoals ik die op de foto maak. Nageaapt van de band The Scorpions (van de hit "Hello Josephine!"). Aan het eind van de derde klas bleven Ton en Jan zitten en zijn goede vrienden van elkaar geworden. Ik ging door naar de bovenbouw en de vriendschap tussen ons was over. Zo ging dat blijkbaar in die tijd?
Little John and the Blitzboys
Muziek speelde in die tijd best een belangrijke rol in het leven van de schooljeugd. Zo ook bij mij. Toen ik op de HBS kwam was ik een grote fan van Cliff Richard en zijn muziek. Maar al snel moest ik, om er op school bij te blijven horen, overstappen naar de "aanbidding" van een moderner bandje. De muziek van Cliff Richard werd toen weggezet als "meidenmuziek". The Beatles en Stones, díe waren in. Ik koos voor The Beatles en daar ben ik nog steeds een grote fan van. Maar ik vind de muziek van Cliff Richard ook nog steeds erg leuk hoor!

En dan, niet onbelangrijk, de vorderingen van mijn studie.
De belangrijkste vakken van mijn rapport(ten) van de HBS
De eerste drie klassen kwam ik probleemloos door. Op mijn eerste rapport had ik zelfs een tien en een paar negens. Maar die hoge cijfers liepen snel terug, waarbij duidelijk werd dat ik meer gevoel had voor de "technische vakken" dan voor talen. Aan het eind van de derde klas had ik gemiddeld een zes voor mijn talen en zevens en achten voor de technische vakken. Onvoldoendes? Meestal wel één per trimester en wel een taal, naar keuze, haha. Het is dus niet zo vreemd dat ik in de bovenbouw koos voor de "B" richting. Mijn lievelingsvakken waren trouwens Plant- en dierkunde en Aardrijkskunde.

Toen ik in de bovenbouw van de HBS zat gebeurde er erg veel in mij leven. Daarom vertel ik in een latere blog wel hoe het verder met me gegaan is in die laatste twee jaren van de HBS.

19 juli 2020

Onze vrienden in Amerika (1960 - 1965)

In een eerdere blog vertelde ik dat mijn ouders vrienden hadden in de straat. En door die vriendschap hadden wij, als kinderen, natuurlijk gelijk vriendschap met hun kinderen. Deze vrienden besloten in 1959 naar Amerika te emigreren en daardoor was ik, en ook Zus, in één klap gelijk een deel van mijn vriendjes kwijt. Zoals vele andere emigranten, reisden zij per boot naar New York en kwamen ze in Californië terecht. We hebben nog lang contact met ze gehad, voornamelijk via briefwisseling. Want telefoneren was in die tijd heel erg duur en natuurlijk was er nog geen internet.

De berichten die wij uit Californië kregen waren over het algemeen heel erg positief. Ze hadden al vrij snel werk, al waren het vrij eenvoudige baantjes, zoals schoonmaakwerkzaamheden en werken in de horeca. Maar oom George was in Nederland automonteur geweest en had al vrij snel een baan in een garage. Maar om goed te kunnen rondkomen moest tante Bien daar ook werken, iets wat ze hier niet deed. Dat was in Nederland in die tijd namelijk ongebruikelijk, je liet je vrouw niet werken, dat was een teken dat je zelf niet genoeg kon verdienen om het gezin te onderhouden.

Al gauw verdiende ze samen genoeg om een redelijk groot, vrijstaand huis te bewonen. Je kent die huizen wel uit de Amerikaanse TV-series met klap- en lachmachines. Maar niet alleen de huizen zelf waren min of meer een kopie uit die series, ook de inrichting met grote keuken en immens grote koelkast, de tuin er om heen met oprit en grote garage én een zwembad. Ja, ze hadden het materieel al erg snel goed voor elkaar.
Oom George met hond Blacky voor de garage van hun huis
Achter op de foto heeft tante Bien dit geschreven:

Ook hadden ze al snel vrienden. Ook andere familieleden verhuisden naar Californië en woonden niet zo heel ver bij hen vandaan. Hieronder nog een foto die wij uit Amerika kregen, waarbij oom George met één van zijn vrienden vereeuwigd is.
Tekst achter op de foto: "Zoiets geks kan je alleen van Amerika verwachten, hè?" 
Nu begrijp ik ook waarom ze, en andere mensen die uit voormalig Nederlands-Indië kwamen, verhuisden naar Californië (o.a. uit de huidige televisie documentaire "Vaarwel Nederland"). Ze voelden ze zich niet zo erg thuis in Nederland: economisch ging het niet erg goed hier, het land was "vol" en het klimaat werkte ook niet mee wanneer je de tropen gewend was. De Nederlandse overheid propageerde en "sponsorde" ook emigratie in die tijd.

En onze vrienden waren heel gastvrij, hier al en ook in hun nieuwe situatie. Dus het was al snel een komen en gaan van visite, die ook een aanslag deden op de inhoud hun koelkast. Dit alles lazen we duidelijk uit de brieven en al vrij snel konden we dat ook opmaken uit de filmpjes (smalfilm) die gestuurd werden. Want heel Amerika filmde in die tijd. Ook werden er pakjes gestuurd, waarbij Zus zich nog heel goed kan herinneren dat ze een setje van zeven onderbroekjes kreeg, met op elk daarvan de naam van een dag in de week. "Ik vond het heel leuk en zoiets hadden we hier niet", zegt ze nu, "ook omdat de tekst in het Engels was".

Ook van onze kant werden brieven gestuurd, en meer. Met Sinterklaas stuurde wij ook pakjes met pindakaas, drop, stroopwafels en andere Nederlandse lekkernijen die daar niet te krijgen waren. Ook wij maakten filmpjes. Ik herinnerde nog dat Pa een leuke film gemaakt had van het inpakken en uitpakken van één van de dozen die we naar hen opgestuurd hadden. Door het halverwege stopzetten van de filmcamera "toverde" mijn vader de doos vol. Ja, Pa is altijd in geweest voor geintjes en, inderdaad, hij was best vingervlug en kon best, zeker kinderen, vermaken met zijn goocheltrucs.

Na de eerste zeg vijf jaar redelijk intensieve briefwisseling verwaterde het contact. Wel zijn tante Bien en oom George met een van de kinderen nog een keer of twee in Nederland geweest. Maar het was niet meer zoals het geweest was, we waren een beetje uit elkaar gegroeid.

Zijn ze als familie echt beter geworden van de emigratie? Pa zei altijd: "ze werken zo hard daar (ze hadden in het begin beide ook meerdere kleine baantjes), op die manier hadden ze het hier ook goed gehad". Daar had Pa wel gelijk in, maar het gaat voorbij aan het warmere klimaat dat ze in Californië hadden en het feit dat ook een deel van hun familie al daar naar toe geëmigreerd was. Wat ik denk is dat oom George en tante Bien het zelf wel naar hun zin gehad hebben en dat ze hun emigratie geslaagd vonden, zeker in de begin jaren. De kinderen is een ander verhaal: die zijn zeker niet goed terecht gekomen. Eén van de zonen moest in militaire dienst en werd uitgezonden naar Vietnam, een drama. Beide zonen waren aan de drugs en geen enkel van de huwelijken van de kinderen hielden stand, soms met meerdere echtscheidingen ...... Amerika was op die gebieden toen al ver vooruit op Europa.

De vier kinderen van oom George én tante Bien.
Pasfoto's die naar ons opgestuurd zijn (~1963).

Maar er is één positive uitzondering en dat is de oudste zoon (van oom George uit een eerder huwelijk). Hij was stuk ouder dan de andere kinderen en werkte bij de marine toen de rest van het gezin naar Amerika emigreerde. Hij is in Nederland gebleven, getrouwd en later met zijn gezin toch naar Amerika afgereisd. Dat verhaal vertel ik wel in een volgende blog.

02 juli 2020

Kennismaking met de Dood (1962/1963)

In een vorige blog heb ik al verteld hoe ik voor het eerst met de dood geconfronteerd ben. Dat was in 1960, toen ons hondje Teddy overleed. Een paar jaar later kwam ik ook te weten dat ook mensen dood kunnen gaan .....

De eerste keer was dat in 1962, toen mijn iets oudere neef Fred plotseling overleed. Fred kwam thuis van school en klaagde over hoofdpijn. Hij is toen naar bed gegaan, raakte in coma en is dezelfde dag aan de gevolgen van een hersenbloeding overleden. Natuurlijk was het een grote schok in de familie. Het was zo plotseling en Fred was nog geen 16 jaar. In die tijd werd je als kind niet zo betrokken bij dat soort gebeurtenissen en zeker weggehouden bij begrafenissen. Toen een paar dagen na het nieuws van het overlijden van Fred Pa en Ma 's avonds van de begrafenis thuiskwamen, lagen Zus en ik al op bed. Wat ik me nog heel goed herinner is dat Ma die avond ontzettend heeft gehuild ......
Fragment van de rouwkaart van neef Fred (1962)
Later in dat jaar, december 1962, stierf Oma L., de moeder van de vrienden van mijn ouders die in 1959 naar Amerika waren geëmigreerd. Oma was niet mee verhuisd naar het verre Californië en woonde niet ver bij ons vandaan in Schiedam. Op zich heb ik van haar ziekzijn en sterven niet zoveel meegekregen, waarschijnlijk omdat het niet mijn eigen oma was. Omdat haar geëmigreerde kinderen natuurlijk niet voor de begrafenis even over konden komen, wilde zij via beeldmateriaal verder er over geïnformeerd worden. Daarom is er een smalfilm van haar begrafenis gemaakt en foto's van haar op haar sterfbed. Die zijn naar hen opgestuurd, maar één van die foto's heb ik, per ongeluk, gezien en ik herinner me dat nog goed. Niet dat ik dat heel erg eng vond, ik vond het gewoon vreemd. Vandaar dat dit sterfgeval, aan het begin van mijn pubertijd, me altijd bij is gebleven.
Oma L. (links) op haar (een na?) laatste verjaardag waarop ook Pa en Ma (naast Oma en uiterst rechts) aanwezig waren 
Een jaar later, in november 1963, stierf één van mijn eigen oma's, Oma van de P. Mijn vader was een nakomertje en ik kwam pas ter wereld toen mijn vader dertig jaar was. Dus heb ik mijn oma alleen maar bewust meegemaakt in de herfst van haar leven. Ik herinner haar het liefst van de periode dat ze nog zelfstandig woonde in de Rembrandtlaan in Schiedam. Ze was toen bijna tachtig jaar.
Oma van de P. op haar bank in de Rembrandtlaan in Schiedam
Oma woonde daar in op de bovenste etage van een drie verdiepingen huis, niet ver van ons eigen huis. We gingen haar op zondag opzoeken, lopend, en er waren dan soms ook meerdere ooms en tantes op bezoek. We speelden vaak met de dan aanwezige kleinkinderen in haar "mooie" achterkamer. Daar stond een parfumkruikje dat wij interessant vonden. Het kruikje was weliswaar leeg, maar die kurk die er op zat rook nog heel erg naar het parfum dat er ooit ingezeten had. Wat Oma erg goed kon maken was tomatensoep, in mijn idee was het de lekkerste soep van de hele wereld. Ik kan me Oma alleen maar herinneren met sombere, zwarte kleren aan, precies zoals ze op de haar bank zit op de foto hierboven. Van direct contact met haar kan ik me eigenlijk niet veel meer herinneren. Maar van mijn veel oudere nichtje Sjaan weet ik dat Oma erg lief kon zijn.

De laatste jaren van haar leven kon Oma niet meer alleen wonen. Eerst is ze bij een zoon van haar gaan wonen in Rotterdam, maar dat liep al erg snel mis door ruzie met haar schoondochter. Daarna is ze bij een dochter in gaan wonen in Vlaardingen. Zij vormde met haar tweede man een heel sociaal echtpaar, beide waren ze lid van het Leger des Heils. Oma was daar goed op haar plek en daar heeft ze nog een paar goede jaren gehad.
Oma met tante Lies, zus van mijn vader, en Zus op haar inwoonadres in Vlaardingen
We hebben haar als gezin nog regelmatig bezocht. De laatste keer dat ik Oma gezien heb, was toen ik samen met Pa haar opgezocht heb in het Hofsingel Ziekenhuis in Vlaardingen. Oma was toen al erg zwak. Niet lang daarna is zij gestorven, 85 jaar oud. Dat was ze ook, oud .... en versleten. Ze is begraven op begraafplaats Emous in Vlaardingen, ik heb haar (algemene) graf nog vaak bezocht om er wat zelf-geplukte bloemetjes op te zetten. Want hoewel het voor mij geen super oma is geweest, heeft haar dood een grote indruk op mij gemaakt. Hoewel haar steen al lang van haar graf verwijderd is, is het graf nooit geruimd. Een jaar of vijftien geleden heb ik van één van de eerdere beheerders van de begraafplaats informatie gekregen waar zij precies begraven is. Die plek ligt nu in een urnentuin. Ik kom nog regelmatig op de begraafplaats en wanneer ik dan langs dat "plekje" loop, zeg ik haar altijd even hardop gedag.