30 januari 2021

Onze verkeringstijd (1967-1971)

Nadat onze verkering in de zomer van 1967 een officieel karakter had gekregen link, veranderde veel in het leven van Diny en mij. Bijna op hetzelfde moment, 1 september 1967, ging ik namelijk werken bij Unilever en tegelijkertijd ging ik naar de avondschool link. Er ging veel tijd in werken én studeren zitten, waardoor er maar weinig tijd overbleef om samen leuke dingen te doen. Per week bleef er, behalve de vluchtige contacten op de werkdagen, een dag in het weekend over om uit te gaan of om gewoon bij elkaar te zijn. Natuurlijk waren er de vakanties dat we langer bij elkaar konden zijn en meer dan de "alledaagse dingen" konden doen.

Wat deden we zoal, samen of apart? Zelf had ik als hobby fotograferen en daarbij "misbruikte" ik Diny regelmatig als model. Ik heb dan ook vele foto's van haar uit deze periode, waarvan ik hieronder er een paar zal tonen. In het begin had ik nog een eenvoudige pocket camera (Halina Simplette), maar van mijn eerst verdiende salaris bij Unilever kocht ik een EXA-1a spiegelreflex camera met een hele goede lens. Dat verbeterde de kwaliteit van de foto's enorm. De foto's die ik hieronder uitgekozen heb, zijn niet altijd de mooiste, maar wel foto's die ik gewoon erg leuk vind.

Diny gefotografeerd met mijn oude camera (juli '67)

... nu met mijn nieuwe camera ...

... samen met Bruno, onze trouwe viervoeter ....

Diny had als hobbies haar eigen kleren maken link en gymnastiek. Ze zat al jaren op gymnastiek, zeker vanaf haar tiende jaar, en bij uitvoeringen ging ik vaak bij haar kijken. Een keer was er zelfs een openluchtuitvoering, bij de opening van de wielerbaan in het Schiedamse Hargapark (april 1971).


Waarschijnlijk Diny tijdens de uitvoering op het middenveld van de wielerbaan (april '71)

Eén van haar diploma's, uitgereikt tijdens de onderlinge wedstrijden van april '71.

Andere dingen die ik me van het "gewone dagelijkse leven" uit die tijd herinnerde was dat Diny een ooroperatie onderging in het Dijkzichtziekenhuis. Ze had een gaatje in haar trommelvlies en haar gehoorbeentjes zaten aan elkaar geplakt. Het gaatje werd dicht gemaakt en ze kreeg een nieuwe, kunst stijgbeugel en heeft daarvoor rond 1970 een week in het ziekenhuis gelegen. Pa maakte zich best wel zorgen om die operatie, omdat een collega van hem ook zo'n operatie had ondergaan en die had er evenwichtsproblemen aan overgehouden. Diny's operatie ging goed, maar toch is haar gehoor nooit optimaal geweest. Ook herinnerde ik me dat we samen op de brommer in één dag heen en weer naar Nijmegen zijn geweest. Schoonmama was daar, terwijl ze met vakantie in Noorbeek (L) was, in het ziekenhuis opgenomen voor hoge bloeddruk. De reis er naar toe was een avontuur met vier (!) lekke banden .... Ook herinner ik me, dat ik met Pa midden in de nacht naar de landing van de eerste mens op de maan gekeken heb: "That’s one small step for a man, one giant leap for mankind". Ik zie ons nog zitten, voor de TV in de voorkamer van mijn ouderlijk huis in de Slachthuisbuurt.... Zomaar een paar herinneringen.

In die periode zijn van een paar weekend uitjes foto's bewaard gebleven en die versterken dan je herinneringen. In mei '68 zijn we op de brommer naar de Oosterwijkse vennen en Drunense Duinen gegaan. 

Diny aan het zonnen in de Drunense duinen.

Diny bewondert een van de Oosterwijkse vennen.

En in juni '68, op tweede Pinksterdag, maakte we onze eerste buitenlandse reis: met de bus naar Vaals en Monschau (D). Deze reis herinner ik me nog erg goed, ook omdat bij onze terugkeer we hoorden dat die dag mijn eerste nichtje, Desirée, geboren was.

Diny op het Drielandenpunt in Vaals ...

... en ik in Monschau tijdens ons busreisje (juni '68)

Diny bewondert het pas geboren nichtje, Zwager houdt haar voorzichtig vast.
Diny heeft één van haar zelfgemaakte creaties aan (juli '68).

Leuk, maar ook bijzonder, was onze eerste grote vakantie in het buitenland. Hoe kan het ook anders, in Chêne (België). In juli 1968 gingen we, samen met Pa en Ma, naar de plek waar ik een jaar eerder nog stiekeme post kreeg van mijn geheime liefde. Ik weet niet of ik juist dát toen bijzonder vond, maar nu na 52 jaar vind ik dat wel ...

Aan het wandelen in de buurt van Chêne, juli '68
De vrouw naast Diny is Rosette, bij wie we aan het logeren waren.

Diny is druiven aan het krenten in de kas van Rosette.
We logeerden bij Rosette omdat tante Elisa op dat moment al andere logees had.

Zus en Zwager waren na hun trouwen in Vlaardingen gaan wonen, dus dicht in de buurt. We deden best wel veel dingen samen. We gingen bij hen op visite, of met hen uit. Zelf liet ik in die tijd mijn haar knippen door Zus. Ik ging dan in mijn middagpauze van mijn werk bij haar langs, het paste net. Met zwager zat ik op schaken, bij de schaakvereniging van Unilever. We schaakten onderlinge competitie in onze "thuishaven", het Westerpaviljoen in Rotterdam. Maar ook schaakten we, als team van acht schakers, tegen andere verenigingen. Zwager was een betere schaker dan ik, hij zat in het eerste team en ik in het tweede. Maar bij uitwedstrijden mocht ik meestal in het eerste team invallen en dan gingen we als team samen schaken. Dat was altijd een latertje, want zo'n wedstrijd duurde lang en zeker wanneer we tegen clubs op de Zuid-Hollandse eilanden schaakten (start om acht uur 's avonds), was het soms wel half twee 's nachts eer we weer thuis waren. Heel vermoeiend en het schaken combineerde eigenlijk niet goed bij mijn dagelijkse (denk)werk. Hoewel ik het leuk vond om te doen en ook erg gezellig, heb ik het maar een paar jaar volgehouden.

Diny speelt met Bobby, de hond van Zus en Zwager (juli '68)

Een dagje Blijdorp met Zus, Zwager en Nichtje (zomer 1970)

Er waren ook échte hoogtepunten in onze verkeringstijd, maar die behandel ik in de volgende post "Hoogtepunten uit onze verkeringstijd (1967-1971)"  


18 januari 2021

De eerste jaren bij mijn "schoonfamilie" (1967 - 1971)

Zoals ik al in een eerdere post vermeld heb, woonden Diny en ik dicht bij elkaar in de Slachthuisbuurt in Schiedam. Hoe dichtbij laat de onderstaande foto zien. Diny woonde in het voorste blok, rechts onderin op de eerste etage met het ronde raam (rode pijl). Ik woonde in het blok daar achter, mijn slaapkamer is aangegeven met de groene pijl.

Detail foto van de Slachthuisbuurt

Diny kwam uit een groot gezin dat elf kinderen telde. De ouds-geborene, die ook Diny heette, is door een zware handicap maar negen jaar geworden. Het gezin waar Diny deel van uit maakte was in 1965 vanuit de Groenelaan in Schiedam-Zuid (de Gorzen) in de Slachthuislaan komen wonen. Van de elf kinderen waren de meesten meisjes. De oudste drie meisjes waren op het moment dat ik Diny leerde kennen al getrouwd en zelfstandig gaan wonen. Dus ik maakte kennis met het gezin, wat later mijn toekomstige schoonfamilie bleek te zijn, toen er nog acht kinderen thuis woonden met leeftijden tussen de elf en twintig jaar.

Het gezin, met aanhang, een jaar voordat ik het gezin leerde kennen (~1965)
Diny staat "centraal" in het midden

Dat was best een hele andere gezinsgrootte en -samenstelling dan ik thuis gewend was, ofwel het was best een "cultuurschok" voor mij. Heel veel dingen waren of gingen anders dan in het gezin van totaal vier personen waartoe ik behoorde. Het had natuurlijk voor- en nadelen om tot zo'n groot gezin te behoren. Er was altijd wel "gezelligheid", het was natuurlijk altijd "druk", maar er was altijd wel iets te beleven. Persoonlijke aandacht was er uiteraard minder en een "privé plekje" was moeilijk te vinden. Zo had ik thuis een eigen kamer, iets wat natuurlijk niet kon in een huis met drie slaapkamers (afgezien van de ouderslaapkamer) en nog acht thuiswonende kinderen. Diny deelde een kamer met zus T., die qua leeftijd direct onder haar kwam, een meisjestweeling deelde een kamer en de derde kamer was er voor de vier jongens die in een stapelbed en in een tweepersoonsbed sliepen. Niet ideaal natuurlijk, maar het paste zo precies ...

Vooral het eten bij mijn schoonfamilie was een bijzondere belevenis. Toen wij verkering kregen ging ik meestal om de andere zondag eten bij mijn schoonfamilie. Niet iedereen was altijd aanwezig, omdat de andere stelletjes die verkering hadden ook niet iedere zondag "thuis" aten. Maar wanneer ik nu zo tel zaten we toch met zo'n mannetje of twaalf aan tafel. De orde aan tafel werd "bewaakt" door mijn schoonmoeder en daarvoor had ze als hulpmiddel een mattenklopper. Niet dat ze die gebruikte om mee te slaan, het verlengde haar arm om iemand aan te kunnen tikken wanneer dat nodig was. Thuis kon ik min of meer zelf bepalen wat ik at, hier moest ik eten wat de pot schafte .... of ik had niks. Nou lustte ik bijna alles ... behalve vis. Wanneer er peentjes met vis gegeten werd, was dat echt een probleem voor mij. Hoewel ik de vis dan niet op mijn bord kreeg, "at" ik die wel mee via de indringende geur die dit "voedsel" verspreidde. Dus was het voor mij echt geen pretje wanneer er op zondag vis gegeten werd. We loste dat op door, wanneer er vis gegeten werd, dan maar een keer over te slaan. Iets anders wat ik niet zo smakelijk vond, was dat je het toetje, meestal pap, op het bord kreeg waarvan je ook je hoofdmaaltijd gegeten had. In het begin vond ik dat afschuwelijk. Maar het was een stuk minder erg wanneer je je bord heel erg goed leeg at. Zo doende leerde ik me aan te passen aan de andere gewoonten in het huis van mijn schoonfamilie.

Ik noemde net mijn schoonmoeder. Ik heb ze leren kennen als een schat van een vrouw. Het was ook de spil van het gezin, om haar draaide echt alles. Ik had ook leuke discussies met haar. Schoonmama: "ik snap niet dat jij geen vis lust, het is toch zo lekker". Ik: "nee Ma, vis is niet lekker, u vindt het lekker". En dan keek ze me aan met een blik van "en toch mag ik je wel". Nou, dat was zeker wederzijds. Door mijn schoonmoeder kreeg ik een hekel aan zgn. "schoonmoedermoppen", ik hoef vast niet uit te leggen waarom. Minder getroffen had ik het met mijn schoonvader. Maar laat ik eerst iets positiefs over hem zeggen. Het was een hele sportieve man, hij deed onder andere aan boksen en hij heeft gevoetbald. Hij vond ook dat zijn kinderen aan sport moesten doen, dus de "meisjes" gingen naar gymnastiek en de "jongens" naar voetbal. De meeste kinderen waren ook sportief aangelegd. Dat is het positieve, dat hij zijn kinderen een sportieve opvoeding wilde geven. Maar verder had hij, voor zover ik gemerkt heb, weinig tot geen interesse in, noch aandacht voor, zijn kinderen. Ook kon hij niet goed tegen zijn "lievelingsdrank". Hij veranderde de spelregels tijdens het kaarten. Bij het klaverjassen, een spel dat ik niet beheerste, maar waar ik wel bij gevraagd werd mee te spelen, kaartte hij tot vervelens toe "na": "je had met die kaart uit moeten komen", of "je hebt verzaakt". Tja, wanneer je gezegd hebt dat je het niet zo goed kan ..... Dus ik had het gauw gezien; wanneer mijn schoonvader mee deed met kaarten, had ik even geen zin ... Hij had ook altijd sterke verhalen, dat hij zo goed was met voetballen en dat hij dan "die en die" over de zijlijn werkte met een uitgemeten sliding .... Ja, "gemeenspelen" daar leek hij wel goed in te zijn. Maar het ergste vond ik wanneer hij zijn eigen vrouw "te kijk" wilde zetten met een lullige opmerking. De foto hieronder zou er een voorbeeld van kunnen zijn, waarbij Ma Pa een boze blik toewerp en Pa dan, wellicht door de spanning van het moment, zijn tongetje uitsteekt. Maar meestal reageerde mijn schoonmoeder er gewoon niet op. Ik kan me welgeteld één keer herinneren dat mijn schoonvader wél opkwam/belangstelling had voor één van de kinderen; daar kom ik in een latere post op terug.

Mijn schoonouders tijdens een etentje ter gelegenheid van hun 40-jarige huwelijk (1975)

Met wie van de thuiswonende kinderen gingen we in die tijd het meeste om? Ik kan me dat eigenlijk niet zo goed meer herinneren. In denk dus dat we in die tijd geen voorkeur hadden. We waren vaker bij mij thuis en in een druk gezin, waar je niet zo vaak was, werd de aandacht verdeeld over degenen die er op dat moment waren. Ik heb wel speciale herinneringen aan individuele broers/zussen van Diny in onze verkeringstijd.

Van zus W. herinnerde ik me dat ze hard werkte in een supermarkt en dat ze erg veel tijd stak in gymnastiek, individueel en als leidinggevende van een groepje kinderen. Op zaterdagavond was het altijd gezellig wanneer zij dan thuis kwam van werken en voor zichzelf eten van de frietboer meegebracht had. Dat eind van de week leek voor haar het moment om te ontspannen en dan hadden we leuke gesprekken. Zus T. had verkering met K. Zwager K. zat in militaire dienst en diende in Duisland en daar kon hij in de "NAVO-winkel" spullen kopen, die hier minder makkelijk te krijgen waren of een stuk duurder waren. Hij wist dat ik een fan van The Beatles was en bracht als cadeau voor mij de LP Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band mee. Nou, blijer kon je me in die tijd niet maken en ik ben hem er nog steeds dankbaar voor. Van broer W. heb ik tweedehands mijn eerste Puch gekocht. Hij was ook erg handig in het onderhoud van brommers en hij hielp mij in het begin daarmee, ook wanneer ik problemen had met de brommer.  Door W. durfde ik ook later zelf aan mijn brommer te sleutelen. Met broer L., hij was pas veertien, had ik een andere klik. Hij had een treinbaan en dat had ik op jongere leeftijd ook gehad. In deze periode had ik verder niet zoveel contact met hem. Maar enkele jaren later, en dus ouder, hadden we met hem en zijn latere vriendin/vrouw het meeste contact; en nog steeds.

In zijn gedeelde kamer fotografeerde ik de treinbaan van broer L.

In deze eerste vier jaar van onze verkering, naar aanloop van ons eigen trouwen, waren er heel wat belangrijke familiegebeurtenissen. Er waren al drie zussen getrouwd en daar kwamen in de vier jaar van deze post nog drie huwelijken bij. Eén van die trouwerijen moest vanwege een sterfgeval een maand uitgesteld worden. Op die dramatisch familiegebeurtenis kom ik straks terug. Er was ook een ander sterfgeval. De laatste van de grootouders van Diny, de oma van vaders kant waarnaar Diny vernoemd is, stierf in april 1968 op 85-jarige leeftijd in het verzorgingshuis waar ze woonde: Spaland. Ik was net in de familie en heb haar alleen maar op haar sterfbed gezien, toen ze al niet mee aanspreekbaar was. Ze was oud en versleten en geen schim meer van die robuuste, zelfverzekerde vrouw die ik kende van de familiefoto's. Dus ik heb geen andere persoonlijke herinneringen aan haar dan alleen de eerste keer dat ik haar zag, wat tevens de laatste keer bleek te zijn.

Maar er waren ook geboortes. Voordat ik bij mijn schoonfamilie over de vloer kwam, waren er al twee nichtjes geboren en in de periode van deze post kwamen er nog eens vier bij. Neefje M. werd op een bijzondere dag geboren, tegelijk met een "koninklijk prinsje". De datum waarop nichtje M. werd geboren was ook bijzonder en haar vader vertelde dan ook dat het voor hem niet moeilijk zou zijn om die datum te onthouden: 07-07-70. Zo zie je maar "never a dull moment" in een groot gezin.

Op het bordes bij het trouwen van een van de zussen van Diny (1971).
Diny tweede van rechts en ik had inmiddels een baard aangemeten ...

Maar er was ook een dramatisch gebeurtenis tijdens de eerste vier jaar bij mijn schoonfamilie. In het najaar van 1968 overleed, na een kortstondige ziekte, de lievelingszus van Diny: Sjaan. Jammer genoeg heb ik haar niet zo goed leren kennen. Sjaan was al twee jaar getrouwd en zelfstandig gaan wonen, toen ik bij mijn schoonfamilie over de vloer kwam. Ik ben een keer "gewoon" bij haar thuis op visite geweest om kennis te maken met het gezin. En ik ben een keer, december 1967, op haar verjaardag geweest. Achteraf gezien was dat haar laatste verjaardag. En op zo'n verjaardag met een huis vol visite spreek je elkaar niet zo veel. Sjaan had al een dochtertje waarover ik al eerder over bericht had. Het is het verhaal dat Diny zei dat ze voor het eerst tante was geworden link. Op het moment dat Sjaan ziek werd, was ze in verwachting van haar tweede kindje. In het begin leken haar klachten niet ernstig, maar al gauw moest ze voor onderzoek opgenomen worden in het Dijkzichtziekenhuis in Rotterdam. We zijn toen met een paar broers/zussen op een avond op visite geweest in het ziekenhuis. Het leek een "normaal" ziekenhuis bezoek en herinner me nog goed dat we na het bezoek nog buiten naar haar gezwaaid hebben. Dat is de laatste keer dat we haar gezien hebben. Een paar dagen later overleed ze in het ziekenhuis. na haar te vroeg geboren kindje (levenloos) nog gebaard te hebben. Ze leed aan acute leukemie ...

Naar mijn idee een van de leukste foto's van Sjaan

Het is een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van mijn schoonfamilie, een zwartere bladzijde is er gewoon niet. De hele familie was uit het veld geslagen. Een ontroostbare echtgenoot, die dacht gezinsuitbreiding te krijgen en zijn vrouw ten grave moest dragen. En een dochtertje dat haar moeder verloor. Onnodig te zeggen hoe groot de indruk van deze gebeurtenis was op Diny en mij. Maar het leven moest verder, alleen hoe?!

Het eerste half jaar werd Sjaan's dochtertje D. opgevangen bij mijn schoonouders in de Slachthuislaan. Daar woonde op dat moment nog zeven (bijna) volwassen kinderen.  Zo kreeg D. tegelijkertijd aardig wat tantes en ooms om zich heen, die zich om haar bekommerden. Lief en leuk, maar dat was geen ideale situatie om als kind op te groeien met zoveel "opvoeders" om zich heen. Daarom vertrok D. in de zomer van 1969, bij de aanvang van een nieuw schooljaar, naar het oosten van het land om bij het gezin van een broer van vaderskant te gaan wonen. Ze werd daar vaak door de Schiedamse familie opgezocht, ook door Diny en mij, maar ze kwam ook regelmatig naar Schiedam. In die periode werd ze vaak gefotografeerd, waarvan hieronder een paar foto's uit een serie gemaakt door Diny en mij, toen we haar mee uit wandelen namen naar ons geliefde plekje aan de Poldervaart (voorjaar 1970).




Nog later zou D. een grote rol gaan spelen in het gezin dat Diny en ik gingen stichten. Op het hoe en waarom kom ik in een latere post uitgebreid op terug.

29 december 2020

Werken (en studeren) bij Unilever (1967-1971)

Op 1 september 1967 begon ik mijn loopbaan bij het Unilever Research Laboratorium (URL). Een half jaar eerder had ik via school een excursie gehad en had ik kunnen zien hoe een echt laboratorium er van binnen uitzag. Thuis had ik een klein microscoopje, waardoor ik naar haren en andere dingen uit de microwereld had gekeken. Op het laboratorium stond een microscoop die wel tien keer zo groot was dan die van mij en die opgesteld was in een soort kast waar de gordijnen van dicht konden om strooilicht te voorkomen. Het maakte indruk op mij, evenals de rest van de inrichting van een laboratoriumzaal met grote zuurkasten om "gevaarlijk werk" in te kunnen doen, de laboratoriumtafels met het typische "Tita Tovenaar" glaswerk en de mensen die bijna allemaal witte jassen droegen.
Een laboratoriumtafel met "Tita Tovenaar glaswerk maakte diepe indruk op me ...

Mijn sollicitatie verliep niet vlekkeloos. Ik had namelijk een sollicitatiebrief geschreven naar de "Lever's Zeep Maatschappij", ook een dochter van Unilever, die een deur verder op de Deltaweg in Vlaardingen gevestigd was. Daar werd ik, tot mijn grote teleurstelling, niet aangenomen. Ik vertelde dat aan mijn schoolvriend Chris, die wél aangenomen was. Hij wees me er op dat "Levers Zeep" wel van Unilever was,  maar toch écht een ander bedrijf was. Bij mijn sollicitatie aan het URL werd ik wel direct aangenomen.

Het Unilever Research Laboratorium, eind jaren '60 van de vorige eeuw

De Introductiedag op het URL in Vlaardingen was trouwens een belevenis. Er waren maar liefst 40 nieuwe medewerkers die ook op die dag startten en de introductie was dus voor een zaal vol mensen. Het waren bijna allemaal starters, zo van de middelbare school, waaronder drie uit mijn klas; behalve Chris mijn persoontje was ook Frans van S. aangenomen uit mijn examenklas. Gaan werken bij Unilever betekende ook dat je naar een laboratoriumopleiding "gestuurd" werd. Maar daarover later meer.

Aan het eind van de introductiedag ging je naar de afdeling waar je ging werken. Ik werd voorgesteld aan mijn nieuwe chef en de directe collega's waar in mee ging werken. Mijn chef, meneer R., was nog geen tien jaar ouder dan ik, maar een hele formele man; ik werd wel geacht om "meneer" tegen hem te zeggen. Mijn directe collega heette Emmy en was een jaar of zes ouder dan ik. Verder was er nog een jonge man wiens baantje ik over ging nemen en die me een maand of zo ging inwerken. Met Emmy zou ik een bureau en "straatje" in de laboratoriumzaal gaan delen. Het bleek een leuke, vlotte vrouw te zijn met wie ik nu, ruim vijftig jaar later, nog steeds contact heb. Maar toen, op die introductiedag, was ik zo verlegen dat ik nauwelijks uit mijn ogen durfde te kijken ....

Zo zag onze laboratoriumzaal op het URL er in die jaren ongeveer uit ...

De groep waarin ik ging werken hield zich bezig met wasmiddelonderzoek en de afdeling met aspecten van het textiel tijdens het wassen en gebruik. Ik zou hier de eerste vier jaar van mijn loonbaan, tot mijn militaire diensttijd, blijven werken. Ik hield mij bezig met aspecten van de chemische- en mechanische-slijtage van textiel tijdens het wassen en gebruiken. Een belangrijk onderdeel van het werk was met een treksterktemeter onderzoeken hoe de sterkte van katoen afnam met het aantal wassen en ik moest de polymerisatiegraad van katoen als functie van het aantal wassen bepalen. Maar ik heb ook katoen veredeld met chemicaliën om het minder te laten kreuken en onderzocht hoeveel wasmiddel neersloeg op het textiel tijdens het wassen. Ook heb ik als eerste een wasmachine gekoppeld aan een zelfgebouwde autoanalyser om te onderzoeken hoe snel het bleekmiddel in het wasmiddel ontleedde tijdens het wassen. Daarmee stuitte ik op een bijzonder verschijnsel. Kortom, het was erg leuk en creatief werk.

De sfeer op de werkplek was best wel leuk. Met de collega's met wie ik op de zaal werkte dronken we altijd koffie en thee in de pauzes en de contacten waren over het algemeen erg informeel. Ook kon er in de lunchkamer van het laboratorium gegeten worden of eten en snacks worden gehaald.  Ik vond vooral de kroketten erg lekker en ik snackte dus erg veel broodjes kroket in de middagpauze.

De eetzaal in het laboratorium eind zestigerjaren van de vorige eeuw

Zoals gezegd, de werksfeer onder de collega's was erg informeel. Maar de werkverhouding met mijn directe chef was juist erg formeel. Daarbij kwam dat ik met het klimmen der jaren best wel een kritische houding ontwikkelde, ook kritisch ten opzichte van de activiteiten van multinationals (zoals Unilever) in derde wereldlanden. Een mening, die vele jongeren aanhingen tijdens de zogenaamde "flowerpower beweging" van die tijd. Mijn mening daarover uitte ik ook in gesprekken tijdens de pauze met de collega's. Daarbij kwam dat, door de avondstudie die ik volgde, ik ook steeds wijzer en "slimmer" werd in mijn werkactiviteiten; waarschijnlijk ook "een beetje te slim" voor mijn directe chef. Met hem kreeg ik dan ook een ernstig arbeidsconflict. Hij trakteerde mij op een beoordeling die op zich wel goed was, maar waarin hij schreef dat een minpunt mijn "zwak sociale instelling" was. Hiermee bedoelde hij waarschijnlijk een zeer kritische houding ten opzichte van multinationals. Ik vocht de bewoording aan, omdat die veel te algemeen gesteld was, en wilde dat uit mijn beoordeling hebben. Maar het mocht van  de sectiechef als de mening van mijn chef blijven staan, maar ik mocht mijn mening daar tegenoverstellen. De arbeidsverhouding was verstoord en ik verliet enige tijd later (midden 1971) na vier jaar de afdeling om mijn militaire diensttijd te vervullen, om daarna bij een andere afdeling mijn dienstverband voort te zetten ... 

Zoals gezegd, werken als starter bij Unilever op het laboratorium betekende dat je een laboratoriumopleiding moest gaan volgen aan een avondschool. Voor mij was dat zeker geen "moeten", want ik was erg leergierig en wilde maar al te graag verder studeren. Maar het was best wel heel zwaar, want we hadden drie avonden in de week les. Dat was natuurlijk wel naast de 40-urige werkweek bij Unilever. Er was wel enige "verzachting" van Unilever's kant. We mochten 's middags voor de avondles een half uur eerder stoppen met werken, om zonder al te veel haast op school te kunnen komen en nog thuis te kunnen eten. En we mochten een paar uur per week huiswerk op de zaak maken tijdens de werkuren. Dat was niet veel meer dan een verzachting, want ik besteedde zeker tien uur per week aan mijn huiswerk.

De school waarbij wij collectief waren aangemeld was de laboratoriumschool "Van 't Hoff-instituut" op de Bergsingel in Rotterdam. Op dat adres waren de praktijklessen, de meeste theorielessen waren een paar straten verderop in de Ackersdijkstraat. Ik ging op mijn brommertje naar school, soms samen met Chris maar om praktische redenen (weinig tijd tussendoor) vaak alleen. In het begin waren de lessen op maandag, woensdag en vrijdagavond, maar later werd dat maandag, dinsdag en donderdag. In die jaren speelde Feijenoord redelijk verdienstelijk Europacupvoetbal en wanneer ze speelden was de klas op woensdagavond maar halfvol. Ook was er veel verzuim op de vrijdagavonden in verband met het aansluitende weekend. Tja, niet alle leerlingen waren even leergierig en fanatiek als ik. 

Hoofdgebouw van het Van 't Hoff-instituut aan de Bergsingel in Rotterdam

Het begin van mijn studie viel samen met het invoeren van de zogenaamde Mammoetwet, waarbij onderwijshervormingen werden doorgevoerd. In het voortgezet onderwijs werden, bijvoorbeeld, Mulo en HBS omgevormd tot Mavo, Havo en VWO en in het beroepsonderwijs werden LTS, MTS en HTS omgevormd tot LBO, MBO en HBO. Wij waren op de pas opgerichte "Van 't Hoff-instituut" de eerste leerlingen en dus ook een soort proefkonijnen voor het te volgen studiepakket. Behalve onzekerheid over het studiepakket, was er ook onduidelijkheid wat de waarde van het diploma zou zijn. Dat gaf best wel spanning op school en we zijn regelmatig door de directeur, J. Laban, mondeling en schriftelijk bijgepraat over deze zaken. De leerstof waarvoor ik ging was op HBO-niveau en de opleiding zou vier jaar duren. Aan het eind van de studie hadden we, door de onzekerheid wat de eisen voor het diploma zouden moeten zijn, zo'n brede opleiding in de chemie gehad dat we, met een aanvulling van een laatste minder zwaar studiejaar, een HTS-diploma konden krijgen. Dat wilde we graag, want van een HTS-diploma wist iedereen wat dat waard was én we kregen dan het recht om de "ing-titel" te voeren.

Omdat we gericht avondonderwijs volgden hadden we, anders dan de dagopleiding, alleen hele specifieke vakken. Dus geen bijvakken zoals Nederlands, Engels en Gymnastiek meer, maar alleen maar Scheikunde, Wiskunde en laboratoriumpraktijk. Scheikunde was wel heel breed, zo werden we onderwezen in de Analytische-, Fysische-, Organische en Biochemie; alle vakken met een behoorlijke diepgang. Het onderricht in laboratoriumpraktijk was minder uitgebreid dan op de dagopleiding, omdat we op ons werk al veel "praktisch werk" uitvoerden. Achteraf gezien ben ik heel blij dat we, als proefkonijnen, zo'n brede basis gehad hebben in de chemie. Ik heb er mijn hele werkzame leven plezier van gehad ... en nog. Ik kon en kan daardoor over alle aspecten van de chemie meepraten.

De sfeer op school was over het algemeen zakelijk. Logisch, het was volwassenen onderwijs, dus je was er alleen maar om zo snel mogelijk je diploma te halen. Toch herinner ik me een aantal grappige of bijzondere momenten. Leraren die ik me herinner zijn Spies (wiskunde) een uitstekende leraar. We hadden les uit een boek dat we "het grote foefen-oefenboek" noemde, omdat Spies ons "foefjes" leerde om de wiskundesommen op te lossen. Met name de statistieklessen vond ik erg interessant. Coenen, die ik ook als Natuurkundeleraar had gehad op de HBS, gaf les in Natuurkundige Scheikunde. Bloemhoff, een hele bedeesde en rustige leraar, gaf les in Organische Chemie, maar anders dan op de HBS werd er nu natuurlijk geen "misbruik" van zijn karakter gemaakt om lol te trappen. Wassink was één van de praktijkleraren, waarvan ik me alleen maar herinner dat hij op de veiligheid van werken lette: je kreeg op je kop of hij stuurde je, heel kinderachtig, weg wanneer je per ongeluk je veiligheidsbril had afgezet om je buret beter af te kunnen lezen en vergeten was om de bril weer op te zetten. Van Heykoop kregen we les in Fysische Chemie. Hij loenste nogal én kon Chris en mij (we leken best wel een beetje op elkaar en zaten naast elkaar in de klas) niet uit elkaar houden. Dus hij noemde bij een vraag mijn naam en keek me (dacht ik) ook aan, dus antwoordde ik ook. Maar hij bedoelde Chris, die hij in werkelijkheid aankeek met zijn schele blik. Dat is meerdere malen gebeurd en hij dacht dat wij hem in de maling namen. Dus in zekere zin was dat wel grappig. Verder hebben we een jaar een collega in de klas gehad, Rob den O., die duidelijk naar de opleiding gestuurd was door het het bedrijf en eigenlijk geen zin had om iets te leren. Hij voerde geen klap uit en presteerde het om aan het eind van een tentamen zijn gemaakte werk niet in te leveren maar te verscheuren voor de ogen van de leraar. Toen ik hem een dag voor een groot tentamen Organische Chemie, dat over het hele boek ging van meer dan 1000 bladzijden, vroeg of hij de leerstof een beetje onder de knie had antwoordde hij: "ik ga er vanavond aan beginnen ...". Een komisch antwoord, dat genoeg zei over zijn inzet en interesse ...".

Chris en ik hadden voor bepaalde tijd uitstel gekregen om onze militaire dienstplicht te vervullen. We mochten onze opleiding afmaken tot we een diploma gehaald hadden. Ik had al gezegd, dat de we een beetje in een experimenteel stadium zaten wat betreft leerstof en niveau van de opleiding. Na drie jaar kregen we "tussen diploma" op HBO-A niveau. Dat betekende dat Chris, die op de HBS twee leerjaren had overgedaan, in militaire dienst moest en ik mocht nog door. Ik heb toen voor Chris al mijn aantekeningen van de lessen gekopieerd, zodat hij in militaire dienst toch zijn opleiding kon blijven volgen. Ik kwam een jaar later in een soortgelijke situatie terecht toen wij ons HBO-B diploma kregen, maar nog een jaar verder konden studeren voor een diploma op "oude stijl" HTS-niveau. Ik heb toen vervroegd militaire dienst aangevraagd om te proberen het laatste jaar naar HTS-niveau in militaire dienst te doen. Toen heeft Chris voor mij de aantekeningen doorgestuurd en daardoor kon ik na vijf jaar avondstudie mijn HTS diploma in ontvangst nemen.  Dat het instituut schooldiploma's op HTS-niveau uit kon reiken was te danken aan onze schooldirecteur Laban, die zich hiervoor met veel energie ingezet heeft. Hieronder mijn diploma en cijferlijst, waar ik nog steeds erg trots op ben, omdat het met veel "bloed, zweet en tranen" veroverd is. 

De cijferlijst van mijn HTS-Chemie diploma

 
Het fel begeerde HTS-Chemie diploma

Tot slot verhaal ik nog wat deze studie in de praktijk betekende voor het leven dat Diny en ik gedurende meer dan vier jaar gehad hebben. De combinatie van werken en studeren was best heel erg zwaar. Naast een 40-urige werkweek ging ik nog negen lesuren per week naar school en besteedde ik minstens tien uur aan mijn huiswerk. Inclusief de reistijd van en naar school kan je wel zeggen dat ik per week 60 uur aan werk en studie besteedde. Wat mij nog steeds verbaast, is dat Diny me al die jaren trouw is gebleven. Want hoe zagen de dagen er voor ons samen uit? Op de dagen dat ik naar school ging, kwam ik 's avonds pas rond half 11 thuis en ging ik nog even bij Diny langs. We zagen elkaar hooguit een half uurtje. Op de dagen dat ik niet naar school ging deed ik 's avonds mijn huiswerk en zagen we elkaar ook maar even. In het weekend besteedde ik ook een dag aan mijn huiswerk. Dus per week bleef er, behalve de vluchtige contacten op de werkdagen, een dag in het weekend over om uit te gaan of om gewoon bij elkaar te zijn. Natuurlijk waren er de vakanties dat we langer bij elkaar konden zijn. Dat is voor twee verliefde 18-plussers best wel een opgave en dat vier jaar lang. Voor mij wellicht niet zo zwaar, ik had mijn studie waar ik me op stortte, maar Diny had dat niet. Wat ik zeker leuk vond is dat het tussen Diny en Ma best goed klikte. Diny vond het leuk om haar kleren zelf te maken en Ma had daar best wel ervaring mee en vond het leuk haar daarbij te helpen.

Diny vond het leuk zelf haar kleren te maken

Ik herinner me dat ze samen uit de "Marion", in die tijd hét blad om zelf kleren te maken, patronen haalden en met radeerwieltjes, patroonpapier, spelden, schaar en natuurlijk een op de markt gekochte lap stof aan de slag gingen om via die patronen de juiste maat jurk, blouse of rok te maken.

Enkele nummers van de Marion uit de zestiger jaren (bron: marktplaats.nl)

Zus&Zwager waren net getrouwd en woonden op zichzelf, maar kwamen meestal ook één dag in het weekend op visite naar het ouderlijk huis en dat was het ook gezellig. Hoe dan ook, achteraf gezien vind ik het bijzonder dat Diny me al die jaren trouw gebleven is en er niet vandoor gegaan is met een ander die meer tijd en aandacht aan haar kon en wilde besteden. Conclusie: echte liefde overwint alles.

21 november 2020

De bijzondere zomervakantie van 1967

In eerdere posts heb ik al aangegeven dat de zomer van 1967 bijzonder was in mijn leven, zelfs bepalend zou zijn voor de koers van mijn leven. Daar zal ik nu over verhalen.

De zomer begon met het slagen voor het examen van de HBS, en dat zonder een jaar te doubleren. Dat was op zich al bijzonder, omdat het advies dat we meegekregen hadden van de lagere school er in voorzag, dat de hogere klassen niet gemakkelijk voor me zouden worden. Maar nu het leren achter de rug was, kon ik aan vakantie gaan denken.

Inmiddels had ik al ruim een jaar verkering met mijn Diny. Diny werkte voor een doktersgezin en ging ook met hen, als werk, mee op vakantie. Mijn ouders gingen met Zus en Zwager naar ons standaard vakantieadres Chêne in België. Ergens had ik wel zin om thuis te blijven, om meer bij Diny te zijn, maar Diny ging toch ook op vakantie met het artsengezin. Dus toch maar mee naar Chêne. Met zijn vijven, plus hond Bruno, in het kleine Dafje van Pa was geen optie. Er werd gesuggereerd dat Zwager en ik dan op de brommer naar Chêne zouden kunnen gaan. Daar had ik wel oren naar en zo geschiedde het.

En dus gingen Zwager en blogger op de brommer richting Zuid-België, een tocht van zo'n 330 km in één dag. Zwager op zijn "Kaptein mobylette" en ik op de Batavus die ik van mijn vader "geërfd" had. Met dat laatste, de Batavus, was ik eigenlijk niet zo blij, omdat ik eigenlijk een brommer van het merk "Puch" wilde hebben. Die paste veel beter bij mijn imago. Maar goed, de Batavus reed prima dus ik moest er wel blij mee zijn.

Het plan was dat Zwager en ik 's morgens vroeg zouden vertrekken en Zus, Ma en Pa met Bruno om een uur of negen met de auto na zouden komen. Zij zouden ons dan wel inhalen en beide partijen zouden dan 's middags in Chêne aankomen: "zij" natuurlijk eerder dan "wij". Zo geschiedde ook. Wat ik me van de reis zelf herinner, is dat ik al op de gladde kinderhoofdjes van de Schiedamseweg in Rotterdam, bij het Witte Dorp, onderuit ging. Geen schade gelukkig, we konden gewoon doorrijden., maar nu wel meer op ons hoede. Verder ging de reis voorspoedig, we hadden goed weer en hadden het goed naar onze zin. En ik haalde onderweg natuurlijk veel herinneringen op aan (bijna) dezelfde reis die ik zeven jaar eerder met Pa op de fiets had afgelegd.

Zus scheurt op de brommer van Zwager door de straten van Chêne

In Chêne logeerden we bij onze "tante" Elisa, de tante waarover ik al eerder verhaald heb. Ome Louis was inmiddels overleden. Het huis was groot genoeg voor logees en wij bewoonden met ons vijven de tweede etage. Daar was ook een keukentje, waar we zelf ons eten konden klaarmaken.

De hoofdpersonen van de vakantie, vereeuwigd door blogger
Vlnr: Zwager, Zus, tante Elisa, Pa. Zittend: Ma met Bruno

Wat deden wij zoal in Chêne? Voor Pa en Ma was het natuurlijk een "rust" vakantie. Pa werkte echt heel erg hard, hij had twee banen en had zo'n vakantie hard nodig. We deden wat wandelingen in de buurt en gingen met de auto wat dagtripjes maken. Nu ging dat wat moeilijk met zijn vijven in de kleine DAF (zie onder), dus en Ma bleef dan meestal thuis.

Zus poseert in de DAF voor het huis, tante Elisa kijkt in de deur toe.

Ma was er al zo vaak geweest en had er niet zoveel behoefte meer aan om met alle uitstapjes mee te gaan. We gingen vaak naar de grotere plaats Bastogne, waar bezienswaardigheden waren die met de Tweede Wereldoorlog (de Slag om de Ardennen in 1944) te maken hadden, o.a. een Amerikaanse tank op het plein in het centrum van de stad en het oorlogsmonument het "Mardasson" aan de rand van Bastogne.

Pa, Zus en blogger op een bankje in Florenville.
Zus en blogger eten hun favoriete snack: frites.

Maar ook de kleinere plaatsjes Florenville (boven) en Bouillon of de Luxemburgse plaatsjes Clerveaux, Esch sur Sûre en Echternach vonden wij interessant. Ook voerden we deze zomervakantie kleine karweitjes uit voor tante Elisa en voor dorpsbewoner Adolf. Zo verhuisden we voor tante Elisa een bed met behulp van een katrol naar de zolderverdieping, zie foto onder. Het bleek zeker geen ongevaarlijk karweitje, aangezien Zwager en Pa beneden het roest van het katrol op hun hoofd kregen. 

Blogger staat boven al klaar om het bed naar binnen te trekken

Hoe krijgen we dit boven?, vragen Zwager en Pa zich af.

En we hielpen Adolf met het drogen en binnenhalen van het hooi. Dat was niet gevaarlijk, maar zeker geen licht werk. We hadden er best wel lol in en Adolf was weer geholpen.

Vlnr: Blogger, Pa, Adolf en Zwager verzamelen het hooi om het te laten drogen op de hooimijten.

Hoewel we best wel het een en ander te doen hadden, had ik het toch niet super naar mijn zin. Zoals al gezegd, ik was verliefd en Diny was er niet bij. Ik had een beetje liefdesverdriet en was waarschijnlijk ook niet altijd gezellig. Ik kreeg "stiekem" brieven van haar, tante Elisa zat ook in het complot. Maar Zwager verlichtte mijn "leed" een beetje door regelmatig een potje schaak met me te spelen. We zaten namelijk beiden op dezelfde schaakvereniging, de Unilever Schaakvereniging. Ik ben daar (buitengewoon)lid geworden op voordracht van Zwager die bij dat bedrijf werkte. We speelden allebei dus een redelijk potje schaak, Zwager trouwens beter dan ik, en dat schaken was af en toe een goede afleiding voor me. 

Voor Zus en Zwager was deze vakantie trouwens ook heel bijzonder. Het was hun laatste vakantie als "vrijgezel". Ze waren al aangetekend en hun geplande trouwdatum was 10 augustus. Pa maakte daar bij de Nederlands-Belgische grens een grapje over, namelijk dat Zus als "aangetekend stuk" over de grens ging. Voor Zus betekende dat trouwen, zoals gebruikelijk in die tijd, het einde van de dienstbetrekking bij Unilever. Jammer genoeg zijn wij nooit collega's geweest.
Mijn lievelingstrouwfoto van Zus en Zwager, juist door het informele karakter er van.

Toen Zwager en ik aan het eind van deze vakantie weer met de brommer thuis kwamen in Schiedam, ik
had het al eerder verteld, was Diny er ineens bij. Ze was ineens bij ons thuis of dat altijd al zo geweest was, niemand leek daar van op te kijken.

Ik begon deze post door te stellen dat deze zomervakantie zo bijzonder voor me was. Ik was geslaagd voor mijn HBS, mijn liefde voor Diny was niet meer stiekem, de verkering was "gelegitimeerd". Een maand later werd ik aangenomen als laboratoriummedewerker bij het Unilever Research Laboratorium in Vlaardingen. Het bedrijf waar ik een half jaar eerder op excursie was geweest. Ik zou op 1 september beginnen. Daarbij hoorde een avondstudie Chemie op HBO-niveau op een avondschool in Rotterdam. Het zou een compleet andere draai gaan geven aan de invulling van mijn leven. Over die nieuwe draai zal ik in de volgende post verhalen.


12 november 2020

De middelbare school, deel 2 (1965 - 1967)

Zoals in deel 1 al gemeld, ging ik in de bovenbouw naar de B richting. De talen waren daar minder intensief en vakken als Wiskunde, Scheikunde, Natuurkunde en Biologie kregen hier alle aandacht.

In de bovenbouw zat ik in de klas naast een jongen, die het vierde jaar over moest doen, hij heette Chris. We hadden een klik en wij werden vrienden. Waarom hij was blijven zitten hoorde ik pas twee jaar later, bij het uitreiken van de diploma's. Hij had een moeilijk jaar achter de rug, waarin zijn vader was overleden. Een bijzondere leerling was Kees T. Kees was vooral opvallend door zijn kleding en keuze van populaire band. De meesten hadden de Beatles of Rolling Stones als favoriete band. Kees was grote fan van de Kinks en kleedde zich erg hip. Hij was best populair bij de meisjes. Een minder populaire leerling was Freddie. Freddie was een verlegen jongen en was erg klein van stuk. Hji was verre weg de kleinste in de klas, zelfs kleiner dan de meeste meisjes. Ik geloof niet dat hij daar erg mee werd gepest, ik kan het me in ieder geval niet herinneren. Maar we bemoeiden ons nauwelijks met Freddie en dat is natuurlijk eigenlijk ook een beetje pesten, wanneer je er niet bij hoort. Twee jaar na het examen kwam ik Freddie weer tegen in de stad. Ik herkende hem aan zijn gezicht, maar zijn lengte hoorde niet bij de Freddie die ik kende. Hij had "wraak" genomen, was uitgeschoten en Fred stak nu een paar centimeter boven mij uit ...

Zoals waarschijnlijk bij iedereen die herinneringen heeft aan leraren van de middelbare school, had ik leuke, vervelende en zielige leraren. Een leuke lerares was mevr. Snepvangers van Scheikunde. Het was een oudere dame die op de fiets, met een hondenmand achterop, naar school kwam. Hoewel ze niet erg knap was en best wel op leeftijd, vond ik haar leuk en spannend. Ik geloof wel dat wij een klik hadden, hoewel ze toch altijd streng was tegen mij. Dat maakte het spannend en om de spanning een beetje te breken maakte ik altijd wat grappige opmerkingen tegen haar. Ook meneer Coenen van Natuurkunde vonden wij leuk, omdat we tijdens de les konden doen wat we wilden. Achteraf heb ik weinig aan zijn "lessen" gehad, omdat ik niet veel geleerd heb bij hem. Voor meneer van Dijk, Nederlands, had iedereen veel respect. Zonder ook maar een woord te zeggen had hij de klas onder de duim en haalde je niks bij hem uit. Verder gaf hij heel interessant les en mede door hem heb ik interesse gekregen voor de Nederlandse literatuur. Meneer Maas van Plant- en Dierkunde was een slijmbal (bah), die zijn lievelingetjes had en ik hoorde daar niet bij. Want zijn lievelingetjes waren, zoals ik me dat herinner, alleen meisjes. De twee zielige leraren waren de leraar Wiskunde en Aardrijkskunde, zij konden absoluut geen orde houden. De leraar Wiskunde, meneer van Dommelen (zijn naam was ik vergeten,met dank aan Joke Benjanins), was een oud-piloot die erg verlegen was en hij liet werkelijk alles toe in de klas. Het was "dus" een zootje in de klas, wat alleen maar onze onvolwassenheid demonstreerde. Ik had echt medelijden met hem. Meneer van Heusden, onze Aardrijkskunde leraar, was een klein mannetje die wel probeerde orde te houden, maar bij wie het niet lukte. Ik vond dat jammer, want ik had zoveel meer kunnen leren van mijn lievelingsvak. Tot slot de leraar Frans, wiens naam ik me ook niet kan herinneren. Hij kon alleen maar orde houden door ons uit te schelden, wat wij "natuurlijk" niet pikten. Hij noemde ons onder andere "stelletje tuig", waar hij waarschijnlijk gelijk in had, maar waar wij bij de directeur, meneer Oort, over geklaagd hebben. Hij ging er prat op dat hij met de klassen uit de onderbouw wél een goede relatie had, wat hem alleen maar gelach van onze kant opleverde.

In het examenjaar hadden wij een week extern les, ergens in 't Gooi: de zogenaamde werkweek. Aan deze werkweek heb ik goede herinneringen. De sfeer was leuk en we hadden ongedwongen les, met tussendoor ook discussies. Ook werd er gevraagd om iets over jezelf te vertellen, onder andere over je hobbies. Wat ik me daarvan herinner is dat iemand over zijn hobby muziek vertelde wat mij aan het denken zette. Hij had echt een hele brede interesse in allerlei muziekstijlen, zoals klassieke muziek, jazz, rock en popmuziek En hij kon daar heel interessant over vertellen. Mijn hobby muziek bleef steken bij mijn favorieten Cliff Richard en the Beatles en ik vond klassieke muziek "kattengejank". Pas vele, vele jaren later kreeg ík een bredere interesse voor muziek en ben ik zelfs klassieke muziek gaan waarderen. En pas toen kwam ik op het niveau van die leerling die in de werkweek verhaalde over zijn muziek hobby.

Groepsfoto van de leerlingen van de examenklassen tijdens de werkweek van 1967

Nog even over de foto van de werkweek, hierboven. Blogger zit op de voorste rij, derde van rechts met naast hem vriend Chris. Frits van der M. (zie alinea hieronder) zit schuin links boven Chris. De bijzondere leerling Kees T. is de derde leerling rechts naast Chris. Freddie zit een beetje achterin het midden van de groep, herkenbaar aan het kleine koppie. Mevr. Snepvangers zit op de achterste rij, helemaal links. Meneer van Dijk zit een paar rijen achter blogger, ietsje meer naar rechts. Het lijkt of een leerling iets op zijn hoofd wil strooien.

In de bovenbouw stelde je al gauw de vraag "wat te doen na het examen"? Omdat Aardrijkskunde een van mijn populaire vakken was, had ik jarenlang het idee om Aardrijkskundeleraar te worden. Maar omdat de meeste leerlingen de Aardrijkskundeles een "bijvak" vonden en daar erg ongeïnteresseerd de lessen volgde, leek me dat geen goed plan. Een medeleerling, Frits van der M., wilde Hydrologie (een specialisatie in de Aardrijkskunde) gaan studeren aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dat leek me ook wel wat, Hydrologie of wellicht Geologie. Maar Pa had een bijbaantje en werkte hard en lang om een beter leven te hebben. Studeren kostte toen ook al veel geld en ik wilde niet op de kosten van mijn ouders gaan studeren. Het dilemma over mijn verdere studiekeuze loste zich eigenlijk als vanzelf op. In het examenjaar ging onze klas op excursie naar een tak van Unilever: het Unilever Research Laboratorium in Vlaardingen. Die sfeer op het laboratorium en de mogelijkheid om tijdens het werken verder te kunnen studeren sprak me wel aan; geld verdienen en toch nog studeren. Het mes zou dan aan twee kanten snijden. Met Chris en nog twee medeklasgenoten zijn we dat inderdaad gaan doen. Hieraan zal ik een aparte post wijden.

En toen kwam het examen! De voorbereiding was goed, want ik had hard gestudeerd, ondanks het feit dat ik vaste verkering had met Diny. Diny liet me totaal vrij om de tijd aan mijn studie te besteden die ik wilde. Nooit heeft ze gezeurd om een (extra) avond uit te gaan, ze bleef me trouw. Toen vond ik dat gewoon, nu eigenlijk heel bijzonder.

Ik kan me niet goed meer herinneren of ik zenuwachtig was voor het examen. Ik denk het eigenlijk niet, ik had altijd hard gestudeerd en meer dan je best kan je niet doen. Maar het gekke is wel dat ik, ook nu nog, af en toe droom dat ik voor mijn examen zit en het allemaal niet erg wil lukken. Ik ben er dus wel erg mee bezig geweest en eigenlijk dus onbewust nog steeds. Uiteindelijk slaagde ik met een goede lijst.
Het eindresultaat van vijf jaar studie in cijfers

Het gekke van de lijst is, dat de sommige exacte vakken tegenvielen en de talen juist meevielen. Waar ik altijd wel per rapport een onvoldoende voor talen had, had ik nu vier zessen. Voor mijn wiskunde had ik nooit een onvoldoende gehad, maar op de lijst heb ik voor goniometrie en analytische meetkunde een vijf en voor algebra slechts een zes. Maar goed, ik was geslaagd met best een aardige lijst.

Ik heb niet echt feest gevierd toen ik geslaagd was, zo nuchter als ik was. Wel op de avond van de uitslag bij diverse medeleerlingen uit de klas "thuis" geweest om het te "vieren". Dat was het dan, einde van vijf jaar leren. Punt uit.


29 oktober 2020

Verliefd!!!! (1966)

In een paar vorige posts heb ik al verteld dat ik een paar keer verliefd geweest ben. Het eerste leuke meisje die mij wel wat deed was Gerry L., een kinderliefde. Daarna volgde de lagere schoolliefde Janny C. en vervolgens was er een liefde uit de eerste klassen van de middelbare school: Marijke B.. In april 1966 trad in Schiedam circus Boltini op. Om meer (jeugdig) publiek te trekken, had de directie van het circus verzonnen om Nederlandse popartiesten te laten optreden als onderdeel van de circusvoorstelling. "Circus Toni Boltini, met optredens van Johnny Lion en Rob de Nijs en begeleid door het gelegenheidsorkest Jumping Pop-In" moest de circustent weer vol krijgen. Samen met mijn toenmalige vriend René K. had ik kaartjes gekocht en wij gingen eens kijken hoe dat er uit zag. Het zou een zeer belangrijke draai aan mijn leven geven.
Bron: Het Nieuwe Stadsblad van 2 april 1966.

René en blogger zaten naast elkaar naar de show te kijken, toen ik aan de andere kant van de ring een groepje jongeren ontzettend veel plezier zag maken. Met name één meisje trok mijn aandacht. Ze straalde zoveel plezier uit, dat ik mijn ogen niet van haar af kon houden. Sterker nog, ik voelde vlinders in mijn buik. Ik zei tegen René iets in de trant van "Goh, wat een leuk meisje is dat!". René wist me te vertellen dat zij niet zo lang geleden in het huizenblok achter ons was komen wonen ...

Hoe ik verder het contact met dat meisje gelegd heb weet ik niet meer precies. Het kan zijn dat Henny F. daar een rol bij gespeeld heeft. Henny woonde in het portiek naast me en maakte onderdeel uit van het groepje jongeren bij circus Boltini. Met Henny had ik wel contact. Ik kwam te weten dat Henny met een groepje, waar ook het leuke meisje deel van uit maakte, regelmatig ging zwemmen in het Sportfondsenbad in Schiedam, een steenworp afstand van de Slachthuisbuurt. René en ik zijn toen ook eens met het groepje gaan zwemmen en zo kwam ik in contact met het meisje, dat mij zo was opgevallen tijdens de circusvoorstelling.

Tijdens het zwemmen werden natuurlijk spelletjes gedaan, zoals tikkertje en zo. Zo kwam ik in direct contact met het door mij begeerde meisje. Ze bleek Diny te heten en was inderdaad een paar maanden eerder in de flat achter ons huizenblok komen wonen. Na afloop van het zwemmen hebben we nog wat nagepraat en een afspraakje gemaakt voor nadere kennismaking. Mijn avances waren niet onopgemerkt gebleven bij Wil, één van de anderen van het groepje. Wil was een oudere zus van Diny. Achteraf zei Diny dat haar zus Wil had gezegd: "jij moet die lange nemen".
Sportfondsenbad Schiedam

Zo ben ik dus in de lente van 1966 straal verliefd geworden op het "circusmeisje" en zo begon mijn verkering met mijn latere vrouw.
Vind je het gek dat ik verliefd werd op deze stralende lach?! 

Diny was klein van stuk, zag er erg jong uit voor haar leeftijd en had een stralende lach. Verder had ze een opgeruimd karakter en kon ontzettend veel plezier maken. Hoe het kwam dat we zo'n enorme klik hadden, snap ik nog steeds niet. Het opgeruimde karakter van Diny stond best haaks op mijn serieuze, gestructureerde kijk op het leven. Wellicht vonden we elkaar daardoor juist erg interessant om elkaar verder te verkennen.

Zoals gezegd, Diny was enkele maanden eerder in het huizenblok achter ons komen wonen. Ze maakte deel uit van een groot gezin, waarvan er nog zeven broers en zussen thuis woonden. Diny werkte bij een huisartsengezin in de huishouding en hielp bij de verzorging van de vier kinderen van het gezin.  
Diny verzorgt de jongste twee van het artsengezin (1968).

Wanneer je ons zag, viel direct het verschil in lengte tussen ons op. Diny kwam net niet tot mijn schouder. In het begin hadden we daar wel een beetje moeite mee, we hadden het idee dat mensen ons vaak nakeken op straat. We bedachten een spelletje waarbij we, wanneer we weer eens voelden dat we "achtervolgd" werden door blikken, ons tegelijkertijd omdraaiden en dan "boe" riepen. Ach, we waren nog zo jong ... Dat lengteverschil was ook wel eens lastig, bijvoorbeeld met dansen en wanneer we in het portiek aan het "scharrelen" waren. Maar het wende ook wel snel en we hadden trucjes om het lengteverschil wat te reduceren.

Toen we echt serieus verkering kregen, zagen we elkaar bijna dagelijks. Ik zat nog op school en had in het begin van onze verkering zomervakantie. Wanneer Diny uit haar werk kwam, praatte we altijd de dag even door beneden in het portiek waar ik woonde. Natuurlijk stonden we dan ook even te "scharrelen". Dat deden we dan tot Pa bijna uit zijn werk kwam, want ik heb bijna een jaar voor hem onze vriendschap verborgen gehouden. Ik voelde dat hij die vriendschap af zou keuren, voornamelijk omdat hij bang zou zijn dat mijn studie er onder zou lijden. Of hij het echt afgekeurd zou hebben? Ma was in ieder geval een bondgenoot, met haar kon ik mijn vriendschap met Diny wel delen. Volgens mij kan je trouwens voor een moeder niet verborgen houden dat je verliefd bent ...

Behalve de dagelijkse ontmoetingen in het portiek, gingen we in het begintijd van onze verkering in de weekends vaak wandelen in het park achter onze wijk. Daar waren ook de tuintjes van de volkstuinvereniging Vijfsluizen met huisjes erop en bankjes er voor. Dat was ook een geliefde plek om even lekker samen te zijn. Maar ook wandelden we op de toen verkeersvrije toegangswegen van de Beneluxtunnel in aanbouw. Fotograferen was toen al een hobby van me en we hebben bij één van de wandelingen in het park bij de Poldervaart onderstaande foto's van onszelf gemaakt.

Diny en blogger maakten "selfies" langs de Poldervaart (1966)

Ook gingen we 's zomers in de weekends met de brommer naar de duinen van Hoek van Holland en Wassenaar. Daar gingen we lekker zonnen en een beetje dromen over onze toekomst. Ja, hoewel we best nog jong waren, waren we best wel serieus in onze verkering.

Aan het eind van de zomer, begin september, zei Diny in het portiek bij het doorpraten van de dag ineens: "ik moet je iets leuks vertellen, ik ben tante geworden". "Oh, wat fijn", zei ik, terwijl ik dacht dat ze wat anders bedoelde. "Nee, ik ben echt tante geworden, voor de eerste keer". Het bleek dat haar lievelingszus Sjaan voor de eerste keer bevallen was van een meisje. We konden niet bevroeden hoe belangrijk die geboorte een aantal jaren later voor ons eigen leven zou worden. Hier kom ik later in aparte posts op terug.

Het duurde best wel lang voordat we de eerste keer "officieel uitgingen". Op zaterdag 29 oktober 1966 gingen we samen lopend naar de Gorzen om in een zaal onder de "Heilige Hart Kerk" te gaan dansen.
Bron: Rotterdans Nieuwsblad 30 december 1966

Diny zag er hip uit in haar minirok en blogger had een roze overhemd aan met een hoog boord en een broek met wijde pijpen. Tja, het was mode in die tijd. Het danszaaltje heette "Het Beatvat" en we zijn daar een keer of vijf geweest. Er traden best wel aardige bandjes op, de bekendste was de band "Tee Set" uit Delft, met onder andere Peter Tetteroo als zanger. Het was best gezellig in het Beatvat, maar het waren ook "wilde tijden". Toen bij één van de bandjes een bandlid in de gordijnen van het toneel ging hangen, werd de voorstelling afgeblazen en hadden wij het ook wel gezien daar.

Aan het eind van de zomer was ik naar het examenjaar van de middelbare school gegaan. En zo serieus als ik was, kon ik tot en met mijn examen niet heel veel tijd aan mijn verkering besteden. Toch bleef Diny me trouw en zagen we elkaar in ieder geval in de weekenden, met zoals boven aangegeven wandelen+ in het park en avondjes in het Beatvat. Na het examen hadden we weer meer tijd met elkaar, en gingen we weer met de brommer naar strand en duinen. In de zomer van 1967 ging Diny met het artsengezin een paar weken naar Domburg op vakantie en ik ging met ons gezin én Zwager naar ons vertrouwde vakantieadres in België (in de volgende post hierover meer).

De dag dat wij terugkwamen uit België was Diny er "ineens" bij, ja bij ons thuis! Hierdoor kwam er aan het "stiekeme gedoe" van onze verkering onverwachts een einde. Ik heb me eigenlijk nooit afgevraagd wie er voor gezorgd heeft dat Diny op die dag ineens bij ons thuis was. Er komen twee mensen voor in aanmerking: Zwager en Ma. Ik vraag me nu ook af of Pa al eerder op de hoogte was van onze verkering. Diny's oom Gerrit was namelijk een collega van Pa. Zou die hem op de hoogte gebracht hebben? Hoe dan ook, wij waren blij dat onze vriendschap een officiële status had gekregen. Diny kwam gewoon bij mij thuis en Pa deed leuk tegen haar. Hij noemde haar "het rode strikje" omdat ze vaak een rood bandje in haar haar droeg. Ook vroeg hij regelmatig "heb je je zakdoek weer aan?", verwijzend naar de minirokjes die Diny vaak droeg. Dat vond hij maar al te leuk, want hij hield wel van "vrouwelijk schoon".

In aparte posts zal ik later hoogtepunten uit onze verkeringstijd behandelen.
 
Een "selfie" van het verliefde paar (1967)
"Selfies" maakte je vroeger met een tijdontspanner op je fototoestel.